Resultaten 1 tot 7 van de 7

Onderwerp: Veelgestelde vragen over Islaam en de Moslims

  1. #1

  2. #2
    Alhamdulilah hassan's Avatar
    Ingeschreven
    Dec 2005
    Berichten
    4.941
    Reputatie Macht
    19
    Veelgestelde vragen over Islaam en de Moslims deel 1

    Dit is een serie, gericht op het scheppen van een beter begrip van de essentiële leerstellingen die aan de Islaam ten grondslag liggen, voornamelijk voor niet-Moslims, op een korte, maar krachtige manier.

    Kun je de termen: Allah, Islaam, Tawhied, Ibaadah, Shirk uitleggen?

    Het woord Allah bestaat uit twee delen, “al”, wat in het Arabisch het bepaalde lidwoord is, en “ilaah”, wat een object waaraan onderdanigheid, liefde, verering en gehoorzaamheid wordt getoond. Als een combinatie van deze twee delen, betekent “Allah” degene aan wie absolute liefde, verering en gehoorzaamheid dient te worden getoond - in tegenstelling tot anderen, of dit nu mensen, djinns, engelen, stenen, bomen of wat dan ook zijn - alles wat als objecten van aanbidding is genomen door de mensen gedurende de eeuwen. “Allah” is dezelfde oppergodheid waarin wordt geloofd door de grote religies van vandaag, en is geen unieke Arabische godheid. Alles dat wordt aanbeden of onvoorwaardelijke gehoorzaamheid krijgt, of het controlecentrum van emoties zoals liefde, vrees, hoop, vertrouwen en andere daden van het hart is, wordt een “ilaah” genoemd. In andere woorden, er kunnen vele godheden bestaan, zowel abstract als concreet. Voorbeelden van zulke godheden zijn afgodsbeelden, bomen, stenen, talismans, geld, macht, iemands vrouw, kinderen of ouders, enzovoorts.

    Islaam komt van de wortel “aslama”, wat betekent zich te onderwerpen, en het betekent “istislaam”, hetgeen de toestand is van vrijwillige onderwerping en volgzaamheid.

    Islaam is een term die de algemene manier van leven in onderwerping aan de wil van Allah belichaamt, zoals gepredikt door de profeten, gevat in de geschriften die aan hen werden geopenbaard, en de laatste van hen is Mohammed (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) - wiens komst de Joden en Christenen, zoals onderwezen in de Thora, verwachtten (vandaar hun migratie in die tijd naar Yathrib, nu bekend als Medina). De basis van de Islaam is Allah te selecteren voor alle vormen van aanbidding, waarbij het niet uitmaakt of het het hart betreft, de tong, of de ledematen. Dit staat bekend als Tawhied, of Monotheïsme. Daarop is een levensmethode gebouwd die een belichaming van rechtvaardigheid, gelijkheid, universele broederschap en vrede is.

    Een “Moslim” is iemand die zichzelf onderwerpt aan Allah en zich schikt in Zijn geboden en verboden, wiens toestand en conditie wordt gekarakteriseerd door “Islaam”.

    Ibaadah is een term die zich laat vertalen als “aanbidding”. Het is belangrijk om op te merken dat aanbidding in de Islaam niet is beperkt tot alleen uitwendige rituelen. De basis ervan ligt in het hart en wordt bevestigd door de volgende essentiële toestand of condities van het hart: mahabbah (liefde), khawf (vrees) en radjaa’ (hoop). Deze drie daden van het hart vormen de basis van alle daden van een mens. Iedere menselijke daad wordt herleid aan één van deze of een combinatie van deze (en andere) toestanden van het hart. Daardoor ligt in de Islaam de kern van aanbidding in de daden van het hart. Hierop gebouwd zijn de uitspraken van de tong en de daden van de ledematen. Tot deze daden van de ledematen behoren ook rituele daden van aanbidding, zoals het gebed, vasten, pelgrimage, alsmede sociale aspecten zoals de verplichte liefdadigheid die bekend staat als zakaah, en algemene daden die zijn gebaseerd op het gedrag en het karakter, zoals schadelijke dingen van de vloer verwijderen, of voor anderen wensen wat je voor jezelf wenst, en andere van zulke zaken die het dagelijkse leven in de maatschappij vergemakkelijken en die de gemeenschappelijke aspecten van het leven helpen in stand te houden. Daarnaast zijn er de sociale aangelegenheden tussen de mensen en de verschillende regelgevingen die dit betreffen, zoals huwelijk, dood, erfenis, sociale geschillen enzovoorts - en zich te schikken in deze regelgevingen en eraan te refereren, is ook een onderdeel van aanbidding. In het kort is Ibaadah een term die zowel de innerlijke als de uiterlijke daden vertegenwoordigt, en de concepten van gehoorzaamheid, verering, toewijding, dankbaarheid en vele andere prijzenswaardige toestanden en condities.

    Tawhied is eigenlijk de boodschap van alle profeten, inclusief Noach, Abraham, Mozes, Jezus en Mohammed (‘alayhim as-saalam).

    Tawhied bestaat uit drie aspecten:
    • te geloven dat Allah de enige Schepper, Bezitter en Bestuurder van het universum en alles wat buiten Hem bestaat is.
    • te geloven in de Namen en Eigenschappen van Allah
    • Hem uit te kiezen om je Ibaadah aan te richten (d.w.z. volgens de alomvattende betekenis zoals hierboven omschreven)


    De essentie van Tawhied is om de mensheid te bevrijden van de aanbidding van mensen (en andere geschapen objecten) door mensen, en om hen te richten tot de aanbidding van de Heer van alle mensen - dit is het fundament van de eenheid van de gehele mensheid. Het roept op tot de vrijheid van onderwerping aan de geschapen dingen tot onderwerping aan de Schepper van alle dingen.

    Shirk (letterlijk “vereniging”) is het tegengestelde van Tawhied en vertegenwoordigt, het brengen van gelijken, rivalen of deelgenoten met Allah, ofwel in Zijn scheppen, bezitten, of reguleren van het universum; of in Zijn Namen en Eigenschappen; of in aanbidding van Hem. In andere woorden, elke van de drie aspecten van Tawhied die hierboven zijn uitgelegd. Voorbeelden hiervan zouden gravenaanbidding, heiligenverering, aanbidding van bomen, stenen of de natuurelementen, of beweren dat iemand van het geschapene onafhankelijk het Ongeziene kent, of kan scheppen, of leven kan geven, of leven kan nemen, of kan onderhouden en voorzien, net zoals de Schepper, Allah.

    De Qor’aan onderwijst dat in Tawhied vrijheid ligt van de onderwerping en het dienaarschap aan geschapen dingen, ongeacht of het waardeloze afgodsbeelden, geld, louter mensen, of abstracte zaken zoals wereldse status, beroemdheid en macht zijn. De Qor’aan omvat ook de uitnodigingen van alle profeten, van Noach, Abraham, Mozes, Jezus en alle voorgaande (‘alayhim as-salaam) - en ieder van hen riep op naar ditzelfde fundamentele grondbeginsel dat “Tawhied” is.

    Bron: www.soennah.com

  3. #3
    Alhamdulilah hassan's Avatar
    Ingeschreven
    Dec 2005
    Berichten
    4.941
    Reputatie Macht
    19
    Veelgestelde vragen over Islaam en de Moslims deel 2

    Dit is een serie, gericht op het scheppen van een beter begrip van de essentiële leerstellingen die aan de Islaam ten grondslag liggen, voornamelijk voor niet-Moslims, op een korte, maar krachtige manier.


    Meer over de betekenis van Islaam…


    Nou… Islaam is niet naar een individueel genoemd, zoals het Christendom is vernoemd naar Jezus Christus, of het Boeddhisme naar Guatama Boedhha, waar menselijke wezens en hun afbeeldingen tot een goddelijke status worden verheven en aanbeden. Ook is de Islaam geen tribale religie zoals het Hindoeïsme en het Jodendom zijn (genoemd naar de Hindoe respectievelijk Jiddische stammen) waar redding een geboorterecht is en racisme een deugd. Noch komt de naam van de Islaam van een falend politiek stelsel zoals het Socialisme en het Kapitalisme; welke beide de zwakkeren blijven onderdrukken, de natuurlijke bronnen van de aarde verkrachten en het milieu vernietigen. ‘Islaam’ betekent eigenlijk ‘onderwerping aan de wil van Allah (de Enige Ware God)’ en iedereen die dat doet is een ‘Moslim’. Islaam brengt ook vrede en rust met zich mee, een natuurlijke consequentie van iemands onderwerping aan Allah alleen en het vermijden van de aanbidding van iets anders naast Hem of onderwerping daaraan.


    ( Vandaag heb ik jullie religie voor jullie vervolmaakt en heb Ik Mijn Gunst voor jullie compleet gemaakt en heb ik de Islaam voor jullie als religie gekozen. )
    [ Soerah al-Maa’idah 5:3 ]

    Vandaar, omdat alle andere religies aangepast zijn en vervalst door de mensen, is de Islaam de enige her-uitdrukking van dezelfde religie waarnaar door alle profeten werd uitgenodigd door de eeuwen heen om de mensheid te leiden. Zoals Allah zegt in de Qor’aan, die onveranderd is vanaf de openbaring ervan aan de laatste Profeet en Boodschapper Mohammed (sallallahoe ‘alayhi wa sallam), meer dan 1400 jaar geleden:


    ( Hij heeft voor jullie (de mensheid) de religie uitgelegd: wat Hij ervan heeft opgedragen aan Noach, en hetgeen Wij aan jou geopenbaard hebben (O Mohammed) en wat Wij ervan aan Abraham en Mozes en Jezus hebben opgedragen. )
    [ soerah ash-Shoera’ 42:13 ]

    De grootste onderdrukking en de enige onvergeeflijke zonde, is om, direct of indirect, een persoon, plaats of voorwerp, anders dan Allah, de Enige Ware God, te aanbidden. Dit is omdat iedere ziel een aangeboren neiging heeft om Hem alleen te aanbidden. Dus om de Islaam aan te nemen, hoeft iemand alleen maar terug te keren naar zijn ware natuur en iemands natuurlijke geloof in en aanbidding van de Schepper, Allah. Islam is niet simpelweg het erkennen van de Schepper - wiens bestaan een niet te ontkennen realiteit is - maar het betekent ook dat alle vormen van aanbidding aan Allah alleen worden gericht, of dit nu gevoelens in het hart, uitspraken met de tong, of daden met de ledematen zijn. Hierin ligt vrijheid van de onderwerping en ondergeschiktheid aan geschapen zaken of dit nu waardeloze afgodsbeelden zijn, of geld, of louter mensen, of profeten die tot het niveau van god worden opgeheven, of abstracte zaken zoals wereldse status, beroemdheid en macht. Zoals één van de Moslim generaals zei toen hij een niet-Moslim volk naderde: “We zijn gekomen om te bevrijden wie Allah wil van onder Zijn dienaars, van de aanbidding van mensen door mensen, naar de aanbidding van de Heer van alle mensen.”

    De mensheid is als het meest intelligente van de schepping, verantwoordelijk voor haar daden en zullen hiervoor onvermijdelijk op worden afgerekend. Dus redding moet universeel bereikbaar zijn en niet beperkt aan een volk, plaats of tijd. Eeuwig geluk kan niet worden gehinderd door reïncarnatie, geloof in de mens als redder, of de tussenkomst van priesters tussen de mensen en God. Islaam is simpel, rationeel en praktisch. De nadruk ligt op de zeer nauwe en persoonlijke relatie tussen Allah en Zijn behoevende dienaars, de mensheid:


    ( En wanneer Mijn dienaren jou (O Mohammed) vragen stellen over Mij: voorwaar, Ik ben nabij, Ik verhoor de smeekbede van de smekende wanneer hij tot Mij smeekt. Laat hen aan Mij gehoor geven en in Mij geloven, opdat zullen zij de juiste leiding volgen. )
    [ Soerah al-Baqarah 2:186 ]

    Islaam is niet alleen een religie, maar een waarlijk complete levenswijze waarin de relatie van het individu met de samenleving en die van het materiële met het spirituele in een perfecte harmonie is gebalanceerd. Islaam biedt zekerheid en waarborging van geloof, in tegenstelling tot het Christendom en andere religies waar het volgen van wat men denkt dat goed is aan de orde van de dag is - voortdurend veranderend om te passen in de cultuur waarin de religie zich bevindt. Aldus kan alleen door de oprechte leiding van de Islaam - de Qor’aan en de Soennah (het in praktijk brengen van de leerstellingen van de Qor’aan door de Profeet Mohammed (sallallahoe ‘alayhi wa
    sallam
    ) - kan de gehele mensheid vrede en redding verkrijgen… nu en tot het einde der tijden.


    ( Voor de Moslim mannen en vrouwen, voor de gelovige mannen en vrouwen, voor de gehoorzame mannen en vrouwen, voor de waarachtige mannen en vrouwen, voor de ootmoedige mannen en vrouwen, voor de vrijgevige mannen en vrouwen, voor de vastende mannen en vrouwen, voor de mannen en de vrouwen die over hun kuisheid waken, voor de mannen en de vrouwen die Allah veelvuldig gedenken; Allah heeft voor hen vergeving bereid en een geweldige beloning. )
    [ Soerah al-Ahzaab 33:35 ]
    Bron:www.soennah.com

  4. #4
    Alhamdulilah hassan's Avatar
    Ingeschreven
    Dec 2005
    Berichten
    4.941
    Reputatie Macht
    19
    Veelgestelde vragen over Islaam en de Moslims deel 3

    Dit is een serie, gericht op het scheppen van een beter begrip van de essentiële leerstellingen die aan de Islaam ten grondslag liggen, voornamelijk voor niet-Moslims, op een korte, maar krachtige manier.

    Wat is het voornaamste onderwerp van de Qor-aan, en waar roept het precies toe op?

    De Qor-aan is in essentie een boek van “leiding” en “richting” voor de gehele mensheid. Letterlijk betekent het woord Qor-aan “voordracht”, en het komt van de wortel “qara’a”, hetgeen “lezen” betekent. Het eerste woord van de Qor-aan dat werd geopenbaard was de imperatief (gebiedende wijs) van de wortel van het woord “lezen”, namelijk “iqra’!”, hetgeen betekent “lees!”.
    Allah zegt:

    ( Lees! In de Naam van jouw Heer, Die (alles dat bestaat) heeft geschapen. * Hij heeft de mens geschapen uit een bloedklomp. * Lees! En jouw Heer is de Meest Edele. * Degene Die onderwezen heeft met de pen. * Hij heeft de mens onderwezen wat hij niet wist. )

    [ Soerah al-‘Alaq 96:1-5 ]

    Daardoor richt de Qor-aan zich op kennis, begrijpen, leren en onderwijzen van de mensheid, met datgene waarin hun ware succes en voorspoed ligt. Al is dit geen onderdeel van het antwoord, van de zogenaamde “Verlichting” of de “Renaissance” en veel van de vooruitgang van de westerse beschavingen in de middeleeuwen, ligt eigenlijk de oorsprong in de Qor-aan - zoals we zullen laten zien in een volgende aflevering inshaa-Allah.

    Het fundamentele onderwerp van de Qor-aan is eigenlijk Tawhied, of Monotheïsme - en alles dat het bevat draait om dit centrale thema. De Qor-aan spreekt verschillende facties van mensen aan (die gedurende de tijd van de Profeet Mohammed (sallallahoe ‘alayhie wa sallam) aanwezig waren), waaronder de Materialisten (Dahriyyoen), die je zou kunnen gelijkstellen aan de Existentialisten van de moderne tijd. Eveneens een hoeveelheid aan Heidense Arabieren, en ook Christenen en Joden (in Medina). De oproep van de Qor-aan is niet beperkt tot een bepaalde groep mensen en was erg progressief van natuur, in die zin dat het eerst de Heidense Arabische stammen aansprak, toen de Mensen van het Boek[1] en vervolgens de gehele mensheid. Zodoende spreekt de Qor-aan mensen vaak aan met zinnen zoals “O Kinderen van Israël” om de Joden aan te spreken, “O Mensen van het Boek” om de Joden en Christenen gezamenlijk aan te spreken, “O mensheid” of “O Kinderen van Adam” om de gehele mensheid aan te spreken.

    Met betrekking tot de ontkenners van Allah’s bestaan (d.w.z. een totale hoogste, machtigste bestuurder), besteedt de Qor-aan er niet veel aandacht aan, omdat het bestaan van een Opperschepper iets is dat in de menselijke psyche aangeboren is, en slechts wordt betwist door wat Moslims zouden zien als de arrogante en verwaande mensen van alle generaties en tijden. Om deze reden behandelt het deze zaak nauwelijks, behalve op een paar gelegenheden. Moslims zien de evolutietheorie, de bewering dat de wetenschap God heeft beëindigd, vreemde theorieën en andere van zulke beweringen (die het ontstaan van Allah ontkennen) als absurditeiten die de tijd niet zullen doorstaan, en uiteindelijk ten onder zullen gaan. In feite is deze trend al begonnen met de vele wetenschappers die gedesillusioneerd raken door de verbazingwekkende complexheid en niet te bevatten geheel dat het universum is - en dat het niet kan worden verklaard door - wat eigenlijk neerkomt op - geheel onnauwkeurige en intellectueel onovertuigende theorieën. Na geflirt te hebben met de altijd veranderende wetenschappelijke modellen en meer gedesillusioneerd te geraken dan verlicht, denkt de wetenschappelijke gemeenschap nu over het algemeen aan een universum waar een machtige bestuurder en schepper achter zit.

    Aldus is het onderwerp van het bestaan van Allah niet iets waar echt op wordt gericht. En dit is belangrijk omdat het tevens illustreert dat waartoe de Qor-aan de mensheid oproept en uitnodigt iets is dat een meerderheid van de mensen op de één of andere manier al in zich heeft. De eigenlijke oproep van de Qor-aan naar de mensen is om hun aanbidding puur en oprecht alleen voor Allah te maken, en om het aanbidden van andere objecten en wezens te verlaten. Zodoende verwerpt de Qor-aan het Heidendom in alle vormen en manifestaties, en spreekt specifiek de Arabische Heidenen aan, alvorens anderen aan te spreken.

    De Arabische Heidenen waren eigenlijk een vroom volk, zij aanbaden, verrichtten het gebed, voerden de overblijfselen van de rituelen van Abraham (‘alayhis-salaam) uit in Mekka (wat vandaag de Haddj is), hadden prijzenswaardige eigenschappen en karaktertrekken, zoals het eren van iemands gast en andere zaken. Zij erkenden en bevestigen tevens - zoals terug te vinden in de Qor-aan - dat de Schepper, Bezitter en Bestuurder van het universum Allah is, en dat Hij alleen voorziet, steunt, beschermt, geneest, leven geeft, leven neemt, enzovoorts. Echter, zij keerden zich tot de aanbidding van afgodsbeelden die vrome overleden mensen voorstelden uit lang vergane generaties. En zij beweerden dat ze zich niet direct tot Allah konden richten, maar dat de intermediairs die zij hadden opgesteld zouden bemiddelen met Allah omwille van henzelf, en dat zij hen dichter bij Allah zouden brengen. Aldus was dit de oorsprong en oorzaak van het richten van sommige van de zaken van aanbidding (zoals smeekbeden, ritueel offeren, liefde, vrees, hoop, vertrouwen) aan deze afgoden of de mensen die deze vertegenwoordigden.

    De Qor-aan richt zich fundamenteel op dit onderwerp en verwerpt het hechten aan de afgoden en de aanbidding van andere dingen naast Allah door de Arabische Heidenen specifiek. En in het verlengde daarvan worden alle vormen van Heidendom waarbij iets van de vormen van aanbidding wordt gericht aan dingen naast Allah verworpen. De Qor-aan legt uit dat dit de ergste van alle onderdrukkingen is, en dat het de basis is van alle verderf en vernedering op aarde - d.w.z. de aanbidding van anderen naast Allah.

    De Qor-aan noemt ook de Namen en Eigenschappen van Allah, waarmee Hij bekend staat, en het rectificeert alles wat valselijk aan Hem is toegeschreven aan namen en eigenschappen die niet bij Hem passen. Tot Zijn Namen behoren “ar-Rahmaan” (de Meest Barmhartige), “ar-Rahiem” (de Meest Genadevolle), “al-Maalik” (de Koning of Meester), “al-Qoeddoes” (de Sublieme), as-Salaam (de Verlener van Vrede), “al-Basier” (de Alziende), “ar-Razzaq” (de Voorziener), “al-Khallaq” (de Schepper) enovoorts. Al deze Namen refereren naar de Kwaliteiten en Eigenschappen van Allah, waarmee Hij bekend is. In de Qor-aan worden namen en eigenschappen in een specifieke zin voor Allah bevestig, en wat betreft de negatieve kwaliteiten, deze worden op een algemene manier ontkend. Daarom bevestigen de Moslims alleen die Namen en Eigenschappen waarmee Allah en Zijn Profeet (sallallahoe ‘alayhie wa sallam) Hem hebben omschreven en zij ontkennen voor Hem wat Allah en Zijn Profeet (sallallahoe ‘alayhie wa sallam) voor Hem ontkennen aan onwaardige karakteristieken. Volgens de Qor-aan behoort het spreken over Allah zonder kennis, of het valselijk dingen toeschrijven aan Hem tot de grootste zonden.

    Daarnaast nodigt de Qor-aan de gehele mensheid uit om de schepping te bekijken en observeren en om die behoedzaam te reflecteren en erover na te denken, en alle schoonheid, perfectie, complexiteit, harmonie en alle vrijgevigheid en gunsten erin die we genieten - dus opdat zij erkennen en dankbaar zijn en waardering geven aan de Bestuurder, Schepper en Bezitter.

    Allah zegt:
    ( En zien zij niet dat Wij het water (in wolken) naar het dorre land drijven, waarna Wij gewassen tevoorschijn doen komen, waarvan hun vee en zij zelf eten? Zien zij dan niet? )

    [ Soerah as-Sadjdah 32:27 ]

    ( Kijken zij dan niet naar de hemel boven hen, hoe Wij die gebouwd hebben en hoe Wij die versierd hebben en hoe die geen enkele scheur heeft? )

    [ Soerah Qaf 50:45 ]

    ( Zie jij niet (O Mohammed), dat Allah de nacht in de dag doet overgaan (d.w.z. de daling van de uren van de nacht worden toegevoegd aan de uren van de dag) en Hij de dag doet overgaan in de nacht (d.w.z. de daling van de uren van de dag worden toegevoegd aan de uren van de nacht), en Hij de zon en de maan dienstbaar heeft gemaakt en dat ieder tot een vastgesteld tijdstip beweegt? En dat Allah Alwetend is over wat jullie doen?
    [ Soerah Loeqman 31:29 ]

    ( En Hij heeft voor jullie alles wat zich in de hemelen en de aarde bevindt dienstbaar gemaakt, als een gunst van Hem. Voorwaar, daarin zijn zeker tekenen voor een volk dat nadenkt. )

    [ Soerah al-Djaathiyah 45:13 ]

    ( Ziet de mens dan niet dat Wij hem van een druppel hebben geschapen? Toch is hij duidelijk een redetwister. )

    [ Soerah Yaa Sien 36:77 ]

    ( Weten degenen die ongelovig zijn niet dat de hemelen en de aarde als een gemengde massa waren en dat Wij hen daarop splitsten? En dat Wij alle levende dingen uit het water maakten? Geloven zij niet? * En Wij maakten stevige bergen op de aarde, zodat zij niet met hen schudt. En Wij maakten daarin brede passen als wegen. Hopelijk, opdat zullen zij geleid worden. * En Wij maakten de hemel als een beschermende kap, maar zij wendden zich af van Zijn tekenen (d.w.z. zon, maan, wind, wolken, etc.). * En Hij is degene die de nacht en de dag heeft geschapen, en de zon en de maan, allen bewegen in een baan.

    [ Soerah al-Anbiyaa 21:30-33 ]

    Vanwege dit aspect van de Qor-aan maakten de Moslims verbazingwekkende vooruitgang in de wetenschap, wiskunde, geografie, geologie, astronomie, embryologie en onderwerpen van andere takken - en in de werkelijkheid vormden deze vooruitgangen de basis van de zogenaamde “Verlichting” van het Westen. De Qor-aan neemt deze benadering, zodat de mensheid eigenlijk de nutteloosheid van het aanbidden van dingen naast Allah inziet, en dat Hij de enige Beheerder en Schepper is, en zodoende alleen Hem verering, gehoorzaamheid, dankbaarheid enzovoorts toekomt, en dat deelgenoten uit de schepping niet naast Hem zouden moeten worden geplaatst, en ongegronde liefde, angst, gehoorzaamheid en aanbidding zouden moeten worden gegeven.

    Verder spreekt de Qor-aan ook de “Mensen van het Boek” aan, de Joden en de Christenen. De Qor-aan spreekt de Joden specifiek en zeer gedetailleerd aan - hen uitvoerig vertellend over de grote gunsten die Allah aan hen verleende, en dat Hij hen uitkoos met grote gulheid en het sturen van een geweldige lijn van profeten aan hen, en Zijn bevoordelen van hen en het geven van overwicht aan hen, hoe Hij hen verloste van Farao en andere gunsten. Zoals Allah zegt:

    ( O Kinderen van Israël! Gedenkt Mijn Gunst waarmee Ik jullie begunstigd heb, en dat ik jullie heb bevoorrecht boven de ‘Aalamien (mensheid en djinns) (van hun tijd en gedurende die periode). )

    [ Soerah al-Baqarah 2:47 ]

    ( En Wij plaatsten de Kinderen van Israël in voortreffelijke woonplaatsen (Shaam en Misr) en Wij gaven hun voorzieningen van de goede dingen, en zij verschilden niet van mening totdat de kennis tot hen kwam. Voorwaar, jouw Heer oordeelt tussen hen op de Dag der Opstanding over dat waarover zij van mening verschilden. )

    [ Soerah Yoenoes 10:93 ]

    ( En voorzeker, Wij hebben de Kinderen van Israël de Schrift en de heerschappij van het profeetschap gegeven. En Wij hebben hen van het goede voorzien en Wij hebben hen boven de ‘Aalamien (mensheid en djinns) (van hun tijd en gedurende die periode) bevoorrecht. )

    [ Soerah al-Djaathiyah 45:16 ]

    De Qor-aan richt zich op deze manier tot de Joden om hen de welwillendheid van hun Heer aan hen te laten zien - en dat ondanks dit alles - zij arrogantie en onrechtvaardigheid toonden, en het benadrukt dat de Joden in het bijzonder de waarheid wisten en deze bestreden. Dit werd later opnieuw bevestigd door hun verwerping van de Profeet Mohammed (sallallahoe ‘alayhi wa sallam), toen zij hoorden dat hij een Arabier was in plaats een Jood - omdat zij hadden gewacht op de “Parakleet” (de Geprezene - hetgeen de letterlijke betekenis is van Mohammed) die in hun Geschriften was genoemd, en waardoor zij waren gemigreerd naar de regio waar zij hem verwachtten.

    Daarom is de Qoranische oproep aan de Joden om hem te accepteren, die zij hadden ontkend, terwijl zij wisten dat hij de Profeet was die zij verwachtten. Tevens worden zij uitgenodigd hun achterbakse manier van omgang in het land, en hun arrogantie, alsmede hun verstoring van de Schrift, hun in buitensporigheden vervallen wat betreft de Wetten van de Schrift, hun aanbidden van Oezair (de Profeet Ezra), hun minachting en arrogantie richting andere volkeren en naties, en andere zaken. De bewering van de Joden dat zij de “Uitverkorenen” zijn, is ook verworpen in de Qor-aan.

    Allah zegt:

    ( En de Joden en de Christenen zeiden: “Wij zijn zonen van Allah en Zijn geliefden.” Zeg (O Mohammed): “Waarom straft Hij jullie dan voor jullie zonden? Maar nee, jullie zijn (gewone) mensen, die Hij schiep, Hij vergeeft wie Hij wil en Hij bestraft wie Hij wil.” En aan Allah behoort het koninkrijk van de hemelen en de aarde en wat daartussen is. En tot Hem is de terugkeer. )

    [ Soerah al-Maa’idah 5:18 ]

    Wat betreft de Christenen, zij worden hoofdzakelijk aangesproken voor hun afkeren van de ware en werkelijke leerstellingen van Jezus, hun aanvaarding van doctrines die in wezen het Griekse en Roomse Heidendom zijn, en hun vergoddelijking van Jezus boven zijn terechte status van profeet. De zaak van de Drie-eenheid, de vervalsing van de Schrift, hun verafgoding van Jezus en Maria, de zaak van Jezus’ geboorte, dood en wederopstanding komen allemaal aan de orde. De Christenen worden genoemd om hun handelen zonder kennis, en om hun innoveren in de religie van Jezus (wat Islaam en Tawhied was) wat er niet toe behoort.

    Allah zegt:

    ( O Mensen van de Schrift (Joden en Christenen)! Overdrijft niet in jullie godsdienst en zeg niets over Allah dan de waarheid. Voorwaar, de Masieh ‘Isaa (de Messias Jezus), zoon van Meryem (Maria) was (niet meer dan) een Boodschapper van Allah en Zijn woord (“Wees!” - en hij was) dat Hij aan Meryem (Maria) zond en een geest (Roeh) die Hij schiep. Dus gelooft in Allah en Zijn Boodschappers en zegt niet dat Allah ‘drie’ is! Houdt hiermee op! Dat is beter voor jullie. Voorwaar, Allah is (de enige) Ene Ilaah (God), Glorie is aan Hem (en Ver Verheven is Hij) boven het hebben van een zoon. Aan Allah behoort alles wat er in de hemelen en op de aarde is. En Allah is Alwetend, Alwijs.

    [ Soerah an-Nisaa 4:171 ]

    De Qor-aan bevestigt ook diegenen van onder de Joden en de Christenen die trouw bleven aan de leerstellingen van de profeten, voor de komst van Mohammed (sallallahoe ‘alayhi wa sallam), en looft hen en noemt hun deugden. Tevens geeft het aan dat hun acceptatie van Mohammed (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) hen een dubbele beloning zou opleveren, vanwege hun vastklampen aan de profeten ervoor, en voor hun trouw blijven aan wat van hen werd verlangd toen de Profeet Mohammed (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) zijn uitnodiging verkondigde.
    De Qor-aan roept de Moslims op om de Joden en Christenen naar de Islaam (de eigenlijke levenswijze waartoe werd uitgenodigd door Mozes, Jezus en alle profeten) uit te nodigen, met wijsheid, goede manieren en argumentatie.

    Allah zegt:

    ( Nodigt (de mensheid) uit tot de Weg van jouw Heer (d.w.z. Islaam) met wijsheid (d.w.z. met de Goddelijke Inspiratie en de Qor-aan) en goed onderricht, en wissel met hen van gedachten op de beste wijzen. Voorwaar, jouw Heer weet het beste wie van Zijn Weg afgedwaald is en Hij weet het beste wie de rechtgeleiden zijn. )

    [ Soerah an-Nahl 16:125 ]

    ( En redetwist niet anders dan op de beste wijze (met goede woorden en op een goede manier, hen uitnodigend tot het Islaamitisch Monotheïsme met Zijn Verzen) met de Mensen van de Schrift (Joden en Christenen), behalve met de onrechtplegers onder hen. En zegt (tot hen): “Wij geloven in wat aan ons is neergezonden en in wat aan jullie is neergezonden; en onze God en jullie God is Één, en wij hebben ons aan Hem overgegeven.” )

    [ Soerah al-Ankaboet 29:46 ]


    Wat betreft de Moslims, de Qor-aan spreekt hen aan met geboden en verboden, bedreigingen en beloften en het leidt en richt hen tot een goed gedrag, nederigheid, gehoorzaamheid, schaamte, liefdadigheid en andere prijzenswaardige eigenschappen (zoals belichaamd in het karakter van de Profeet Mohammed (sallallahoe ‘alayhi wa sallam)) - hen voortdurend herinnerend aan het Oordeel en Vergoeding, en dat zij aansprakelijk zijn voor al hun daden (van onrecht, zonde, slecht doen) en er verantwoordelijkheid over moeten afleggen; alsmede dat zij beloond worden voor hun goedheid, oprechtheid en nederigheid. Zij worden aangemoedigd om vergeving te zoeken, berouw te tonen, standvastig te zijn in het gebed en liefdadigheid, goed te zijn tegenover de ouders en naaste familieleden en de wezen, weduwen en behoeftigen te bevoordelen. De Qor-aan bestuurt ook relaties binnen de sociale structuur en noemt zaken van economie, politiek en staatkunde. Al deze onderwerpen worden verder in detail uitgelegd in de “Soennah”, hetgeen de uitleg van de Qor-aan is, belichaamd in de uitspraken en daden van de Profeet (sallallahoe ‘alayhi wa sallam).

    De Qor-aan behandelt ook de opkomst en ondergang van naties en de verhalen van de volkeren aan wie de voorgaande grote profeten werden gezonden en van hun bestraffing en vernietiging als zij overtraden, in Shirk vervielen, de profeten verwierpen, (en) de aanbidding van Allah alleen verwierpen, en in ontucht vervielen. De Qor-aan legt ook uit dat dit een voortdurend proces is, en dat volkeren zullen opkomen en ondergaan, ondanks hun grootsheid, hun vooruitgang in kennis, hun sterkten en krachten. Voorbeelden worden genoemd in de volkeren van ‘Aad, Thamoed, Lot, Shoe’ayb, Sheba, waarvan de restanten vandaag gevonden kunnen worden (d.w.z. Sodom, Petra, Ma’rib in Jemen, en andere plaatsen), en hiermee worden waarschuwingen gegeven aan de naties en volkeren waar de Qor-aan zich door de tijd tot richt.

    Dit is geenszins een alomvattend vertoog over waar de Qor-aan zich in het algmeen toe richt, maar het geeft een oprecht inzicht in sommige van de voorname onderwerpen in de Qor-aan.

    In het kort roept de Qor-aan de gehele mensheid op om Hem te aanbidden en Hem uit te kiezen voor hun aanbidding en het afzweren van alle valse goden, en om op deze basis te verenigen; de blanke en de zwarte, de Arabier en de niet-Arabier - daar dit de wortel is van de basis van de gehele mensheid en datgene waarin hun succes en voorspoed ligt. Om deze reden gebiedt de Qor-aan iedere deugd en verbiedt het alles dat schadelijk en kwaadaardig is. De Qor-aan roept op tot de verwijdering en verwerping van “Shirk”, wat in wezen Heidendom is, van de meest subtiele tot de meest schaamteloze uiting ervan - gezien dat het de grootste onderdrukking en de grootste leugen is - omdat het is gebaseerd op het toeschrijven van eigenschappen, machten en rechten die slechts aan Allah toebehoren, aan anderen dan Hij - en het omvat de onderwerping van de mensen aan geschapen zaken, hetgeen niets dan vernedering en valsheid is.

    Bron:
    www.soennah.com

    __________________________________________________ _______
    1 Voetnoot van de vertaler: De Joden en de Christenen





  5. #5
    Alhamdulilah hassan's Avatar
    Ingeschreven
    Dec 2005
    Berichten
    4.941
    Reputatie Macht
    19
    Veelgestelde vragen over Islaam en de Moslims deel 4

    Dit is een serie, gericht op het scheppen van een beter begrip van de essentiële leerstellingen die aan de Islaam ten grondslag liggen, voornamelijk voor niet-Moslims, op een korte, maar krachtige manier.

    Kun je de geloofsgetuigenis van de Moslims uitleggen, en wat het betekent en inhoudt?

    Het geloof van een Moslim is samengevat in de geloofsgetuigenis die bekend staat als kalimah (betekenis: woord) en die luidt:

    Laa ilaaha illallah Mohammadoer-Rasoeloellah

    De betekenis hiervan is: “Er is niets dat het recht heeft aanbeden te worden behalve Allah[1] (alleen) en Mohammed is Zijn Boodschapper”, en het bevat een ontkenning en een bevestiging. De ontkenning is die van dat er iets het recht heeft om aanbeden te worden, en de bevestiging is het recht op aanbidding voor Allah alleen.

    Moslims geloven dat het niet anders kan dat dit universum een Schepper heeft. Het is moeilijk voor iemands gezond verstand om te bevatten dat het universum met alle orde en regulatie erin, een product van louter toeval is. Eén van de geleerden van de Islaam, bekend als Aboe Haniefah (o. 150H) debatteerde eens met enkele atheïsten. Hij vroeg hen: “Wat zou je zeggen over iemand die je vertelt dat hij een geladen schip zag, zonder een kapitein en bemanning, temidden van een stevige storm, maar zeilend richting een veilige haven [en zodoende zichzelf reddend]? Accepteren jullie dit met jullie verstand?” Zei zeiden: “Onze logica kan dit niet accepteren.” Aboe Haniefah antwoordde toen: “Als jullie logica het verhaal over een schip zonder een bemanning niet kan accepteren, hoe accepteren jullie dan dat een compleet universum kan bestaan, met alle variërende toestanden en complexe natuur erin, zonder dat er een Schepper is die in volledig bestuur ervan staat.” Dus waren de atheïsten sprakeloos en gingen over tot het geloof in Allah. Allah zegt in de Qor-aan:

    ( Voorwaar, in de schepping van de hemelen en de aarde, en de afwisseling van de dag en de nacht, en de schepen die over de zee varen met wat de mensen voordeel geeft, en het water dat Allah uit de hemel neerzendt, waarmee Hij de aarde tot leven brengt na haar dood, en dat Hij daarop allerlei dieren verspreidde, en de besturing van de winden en de wolken die tussen de hemel en de aarde dienstbaar zijn gemaakt, zijn zeker Aayaat (bewijzen, tekenen) voor een volk dat verstandig is. )

    [ Soerah al-Baqarah 2:164 ]

    Zodoende geloven de Moslims in het bestaan van Allah, dat hij de Schepper van het universum is[2] (al is dit niet de eigenlijke essentie of het onderwerp van de betekenis van de kalimah). Hieruit volgt dus, dat de Moslims aannemen dat het universum en alles erin een duidelijk doel heeft. Zoals Allah zei:

    ( Ik heb de Mens en de Djinns slechts geschapen om Mij te aanbidden. )

    [ Soerah adh-Dhaariyaat 51:56 ]

    In deze ene korte zin heeft Allah duidelijk het doel van hun bestaan aan de mensheid uitgelegd, iets waar filosofen, wetenschappers en intellectuelen gedurende het bestaan van de mensheid nooit in staat zijn geweest een overtuigend en unaniem antwoord op te geven. Aanbidding is hier een allesomvattende term die elk aspect van het leven omvat, of het nu gerelateerd is aan iemand persoonlijke leven, of aan de anderen.

    Het is ook mogelijk dat er andere “goden” bestaan, want de definitie van een “god” in Islaam is iets dat wordt vereerd of aanbeden wordt, of waaraan gehoorzaamheid wordt geschonken, of wat het centrum van iemands emoties is - zoals liefde, vrees, hoop, steun, vertrouwen, enz. Daarom kunnen vele dingen “goden” worden, en door mensen tot “god” worden gemaakt. Tot zulke dingen behoort geld, status, macht, leiders, ouders, idolen, muziek, popsterren, drugs en andere geschapen dingen. Mensen maken van deze dingen “goden”, omdat zij denken dat deze dingen hun iets kunnen geven van wat zij willen, dat zij ware bevrediging in deze dingen kunnen vinden, en ook eer, en macht. Dus wanneer zij eenmaal besloten hebben dat hun doel in het leven geld, drugs, status, macht, of autoriteit is - hebben zij daarvan hun eigen “god” gemaakt, d.w.z. zij geloven dat datgene hen kan voorzien met bevrediging en vrijheid van vrees. En alle daden die zij verrichten om deze dingen te verkrijgen of die ertoe zullen leiden, is hun vorm van “aanbidding” van deze “goden”. Allah heeft gezegd:

    ( En zij hebben goden (voor aanbidding) naast Allah genomen, opdat zij voor hen een medestander zijn. )

    [ Soerah Maryam 19:81 ]

    Dat is waarom Allah de aanbidding van andere dingen heeft verboden, omdat daarin de grootste vernedering en overheersing is: de onderwerping aan en aanbidding van de mens (of materiële zaken), door de mens. Een van de generaals van het Moslimleger, in de vroegste tijden van de Islaam, zei toen hij een zeker gebied naderde tegen zijn mensen: “We zijn gekomen om te bevrijden wie Allah wil van onder Zijn dienaars, van de aanbidding van mensen door mensen, naar de aanbidding van de Heer van alle mensen.”

    Moslims geloven dat Allah - de Enige Ware God - alleen controle heeft over leven en dood, en dat Hij alleen de regen stuurt en van voedsel voorziet, dat Hij alleen mensen in nood en problemen kan redden, dat Hij alleen bestuurt en bezit wat zich op de aarde en in het universum bevindt, en dat Hij het kan sturen op de manier die Hij wil. En daarom zou voor de ware bevrediging en vrede en rust, alleen Hij het object gemaakt moeten worden van iemands verlangen en begeren, en tot Hem alleen zou moeten worden gericht voor de dingen die mensen nastreven en nodig hebben. Vanuit dit perspectief kan de aanbidding van andere zaken naast Allah worden gezien als doelloos en nutteloos, en dat is waarom de aanbidding van heiligen, profeten, engelen, afgoden en andere geschapen, materiële dingen, wordt gezien als het ergste kwaad dat een mens kan verrichten.

    Allah zegt heel vaak dat wanneer mensen in nood zijn, zij diep in zich weten dat er slechts één ding is dat hen kan helpen of de schade van hen kan verwijderen, en dat is Allah. Zelfs een atheïst zal wanneer zijn leven in gevaar is en er geen andere uitweg is, in zijn hart hopen iets hem kan redden. Dit “iets” waarin hij hoop heeft, is eigenlijk Allah, omdat het hart een instinctief geloof in en bevestiging van een Opper Schepper heeft, en dit is één van de bewijzen dat Allah bestaat. Allah legt deze realiteit vele malen uit in de Qor-aan:

    ( Hij is het die jullie in staat stelt om over land en zee te reizen, totdat wanneer jullie in de schepen zijn en deze met hen voortvaren met een gunstige wind en zij zich daarover verheugen, en er dan een stormachtige wind tot hen komt. En wanneer de golven van alle kanten tot hen komen en zij ervan overtuigd zijn dat zij door hen zijn ingesloten, dan roepen zij Allah aan, Hem zuiver aanbiddend: “Als u ons hieruit redt, dan zullen wij zeker tot de dankbaren behoren.” * Toen Hij hen dan had gered, handelden zij buitensporig op aarde, zonder recht… )

    [ Soerah Yoenoes 10:22-23 ]

    Dus in tijden van uiterste noodzaak en behoefte, keren de mensen tot het enige dat hen kan helpen en kan redden, en dat is de Ene Ware God - Allah.

    Dat is de betekenis van: “Er is niets dat het recht heeft aanbeden te worden behalve Allah (alleen)”, het eerste gedeelte van de geloofsgetuigenis van een Moslim - dat geen geschapen iets het verdient, of het recht heeft op onderwerping en aanbidding. Alleen Allah, als Schepper, Bezitter en Bestuurder van het universum, heeft hier het recht op.


    Het tweede gedeelte van de geloofsgetuigenis van een Moslim is “Mohammed is Zijn Boodschapper”. Moslims geloven dat Allah van tijd tot tijd profeten stuurde om Zijn Boodschap te verspreiden - om de mensheid te informeren over het doel van hun bestaan en hoe zij dat doel moeten vervullen. Zodoende stuurde Hij Abraham, Mozes, Jezus en ook Mohammed (‘alayhim as-salaam), alsmede alle andere profeten die door de geschiedenis zijn gestuurd. Allah zei:

    ( En voorzeker, Wij hebben aan iedere gemeenschap een Boodschapper gezonden (die zei): “Aanbidt Allah en houdt afstand van de valse goden.” )

    [ Soerah an-Nahl 16:36 ]

    Moslims geloven dat de boodschap van alle profeten hetzelfde is, namelijk de uitnodiging naar de aanbidding van de Ene Ware God alleen, en het wegblijven van de aanbidding van andere dingen naast Hem, zoals boven is uitgelegd.

    De rol van de profeten is om aan de mensheid uit te leggen hoe zij hun verplichtingen aan hun Heer zouden moeten voldoen en Schepper, Allah - de Enige Ware God die zij moeten aanbidden - zonder deelgenoten aan Hem toe te kennen. Dus iedere profeet had een gedragslijn met zich, een voorbeeld of een “gedragsmodel”, wat in essentie een uitleg is van de Schrift. Moslims geloven dat het voorbeeld van de Profeet Mohammed (sallallahoe ‘alayhi wa sallam), die de laatste Profeet is die door Allah naar de mensheid is gezonden, de praktische en fysieke weg is om je aanbidding van Allah uit te voeren - en daarom tevens de manier om een betekenisvol en doelrijk leven op deze aarde te leiden. Deze gedragslijn die de Soennah (betekenis: een weg) wordt genoemd, is alomvattend. Het omvat zaken zoals hoe te eten, hoe te kleden, hoe zaken te doen, hoe te bidden, hoe een gezin te onderhouden, hoe een oprecht, beschaafd en moreel persoon te zijn, hoe met andere mensen om te gaan, hoe met de natuur om te gaan, hoe een land of staat te heersen. Het omvat ieder facet van het leven. En zo kunnen we de uitspraak van Allah begrijpen:

    ( Hij is Degene die de ongeletterden een Boodschapper uit hun midden zond, die hun Zijn verzen voordroeg, en die hen reinigde (van ongeloof en polytheïsme), en die hun het Boek (de Qor-aan) en de Wijsheid (namelijk de Soennah: wettelijke wegen, voorschriften, daden van aanbidding, etc. van de Profeet Mohammed (sallallahoe ‘alayhi wa sallam)) onderwees, terwijl zij daarvoor in duidelijke dwaling verkeerden. )

    [ Soerah al-Djoemoe’ah 62:2 ]

    ( Voorzeker, de Boodschapper van Allah is voor jullie een goed voorbeeld voor wie hoopt op (het ontmoeten van) Allah en de Laatste Dag, en Allah veelvuldig gedenkt. )

    [ Soerah al-Ahzaab 33:21 ]

    Voor een Moslim is de religie van Islaam zodoende een complete en perfecte manier van leven en daarom de uitspraak van Allah in de Qor-aan:

    ( Vandaag heb Ik jullie religie voor jullie vervolmaakt en heb ik Mijn Gunst voor jullie volledig gemaakt en heb ik de Islaam voor jullie als jullie religie gekozen. )

    [ Soerah al-Maa’idah 5:3 ]

    Dit is wat meer dan een miljard Moslims wereldwijd verbindt. Deze geloofsverklaring: “Laa ilaaha illallah Mohammadoer-Rasoeloellah” (Er is niets dat het recht heeft aanbeden te worden behalve Allah (alleen) en Mohammed is Zijn Boodschapper), die slechts bestaat uit enkele woorden, die echter een allesomvattende betekenis hebben, en ieder aspect in het leven van een mens raken.
    Het is ook noemenswaardig dat ondanks dat de kalimah de Moslims aan elkaar verbindt, er onder de Moslims mensen zijn die in de religie hebben geïnnoveerd wat er niet toe behoort. Op die manier hebben zij zich afgescheiden van de voornaamste groep Moslims, in hun overtuigingen, uitspraken en daden. Dit betekent niet dat zij uit de Islaam worden verbannen, maar zij zijn in mindere of meerdere mate afgedwaald. Vandaar het bestaan van groeperingen in de Islaam. Echter, omdat de Islaam de laatst openbaarde manier van leven voor alle tijden is, en omdat de Qor-aan en de bewaarde uitleg ervan door de Profeet (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) altijd bekend zullen blijven, zal de pure Islaam altijd blijven bestaan en altijd toegankelijk zijn.

    Bron: www.soennah.com

    __________________________________________________ _______
    1 Het woord Allah bestaat uit twee woorden: Al - wat het bepaald lidwoord is, en Ilaah - wat iets dat aanbeden wordt betekent. Zodoende betekent Allah (een combinatie van deze twee woorden): het ware object van aanbidding. Allah is dezelfde “God” waar de Joden en Christenen in geloven en het is fout om aan te nemen dat Allah de “God” voor Moslims is. Het Hebreeuwse woord voor “God” is zelfs “Eloh”, wat gelijk is aan “Ilaah” in het Arabisch.

    2 Een van de prominente geleerden van de Islaam, Ibnoel-Qayyim, zei: “… daarom, de schepping is van onder de dingen die het duidelijkste bewijs geven voor Zijn Eigenschappen en voor de waarachtigheid van datgene wat de Boodschappers over Hem informeerden. De schepping van Allah getuigt van de waarachtigheid van de tekenen (Aayaat) waarvan kennis wordt genomen, en wijzen op de [gepastheid en correctheid] van het zoeken naar bewijzen in de tekenen in de schepping.

    De Verhevene zei:

    ( Wij zullen hun Onze tekenen laten zien in de horizonten en henzelf, totdat het jullie duidelijk zal zijn dat dit (de Qor-aan) de waarheid is )

    [ Soerah Foessilaat 41:53 ]

    Hetgeen betekent dat de Qor-aan de waarheid is. Dus hij heeft ons laten weten dat Hij hun zeker van de tekenen zal tonen die opgemerkt en gezien worden, wat hun duidelijk zal maken dat Zijn tekenen (verzen, Aayaat) die gereciteerd worden waar zijn…” Einde citaat (van “Al-Fawaa’id” van Ibnoel-Qayyim).

    In de Qor-aan heeft Allah gedetailleerd over vele natuurlijke fenomenen gesproken. Zo veel dat wanneer bepaalde wetenschappers gevraagd werd om sommige van de uitspraken in de Qor-aan te onderzoeken, zij behoorlijk verbaasd werden door het type kennis dat zij erin vinden. Toen professor E. Marshal Johnson (Voorzitter van de Dept. of Anatomy, Thomas Jefferson University, Philadelphia, V.S.) zich bewust werd van de uitspraken over embryologie in de Qor-aan, merkte hij op: “De Qor-aan omschrijft niet alleen de ontwikkeling van uiterlijke vorm, maar benadrukt ook de interne stadia - de stadia binnen in de embryo, van de schepping ervan en de ontwikkeling, en er worden grootse gebeurtenissen benadrukt die worden erkend door de hedendaagse wetenschap… Als ik mezelf in dat tijdstip zou plaatsen, wetende wat ik vandaag weet en de dingen beschrijvend, zou ik de dingen die zijn omschreven niet kunnen omschrijven… Ik zie geen bewijs om het concept te weerleggen dat dit individu Mohammed deze informatie vanuit een bepaalde plek heeft moeten ontwikkelen… Dus ik zie niets in conflict met het idee dat er goddelijke tussenkomst bij betrokken was…” De beroemde embryoloog Dr. Keith Moore, schrijver van het standaard universitaire boek over embryologie, “The Developing Human” merkte op: “Het is me een plezier geweest om de uitspraken in de Qor-aan over de menselijke ontwikkeling te verduidelijken. Het is mij duidelijk dat deze uitspraken tot Mohammed moeten zijn gekomen van God of Allah, want bijna alles van deze kennis werd pas vele eeuwen later ontdekt.” (Zie het boek “The Developing Human, with Islamic Additions” van Keith Moore, 1982, WB Saunders and Company).

  6. #6
    Alhamdulilah hassan's Avatar
    Ingeschreven
    Dec 2005
    Berichten
    4.941
    Reputatie Macht
    19
    Veelgestelde vragen over Islaam en de Moslims deel 5

    Dit is een serie, gericht op het scheppen van een beter begrip van de essentiële leerstellingen die aan de Islaam ten grondslag liggen, voornamelijk voor niet-Moslims, op een korte, maar krachtige manier.

    Ook al is “Tawhied” (monotheïsme) al wat aan bod gekomen, kun je er een meer grondige uitleg van geven?

    Als we de Qor-aan lezen, en de uitleg ervan van de Profeet (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) in zijn “Soennah” (de weg, de gedragslijn), merken we dat Allah over Zichzelf spreekt en over de vereisten van Tawhied, vanuit die invalshoeken.
    1. Beamen en bevestigen dat alle daden gerelateerd aan het scheppen, bezitten, reguleren, onderhouden, voorzien enzovoorts, alleen aan Hem behoren en niet worden gedeeld door iets van de schepping.
    2. Bevestigen wat aan Hem behoort aan Edele Namen en Geprezen Eigenschappen, en met alles waarmee Zijn kennis, perfectie, kracht, wijsheid en andere kwaliteiten en eigenschappen bekend zijn.
    3. Bevestigen dat alle vormen van aanbidding (of het nu gaat om daden van het hart, uitspraken van de tong, of daden van de ledematen), intern en extern, aan Hem alleen toebehoren. Tevens het noemen van deze vormen van aanbidding en het waarschuwen tegen het richten van aanbidding aan anderen buiten Hem of naast Hem. Daarnaast dat alle daden van aanbidding aan twee voorwaarden moeten voldoen, namelijk dat zij oprecht zijn, en dat zij in overeenkomst zijn met de Schrift.

    Echter, de Qor-aan behandelt ook het tegenovergestelde van Tawhied, hetgeen bekend staat als Shirk, en het gevolg van het noemen hiervan perfectioneert het begrip van Tawhied. Ook vult het de kennis die erover vereist is aan. Shirk is in de Qor-aan ook wel als volgt behandeld:
    1. Om de eigenschappen die uniek zijn voor Allah aan anderen dan Hem toe te schrijven. Dus bijvoorbeeld te beweren dat iemand absolute macht heeft over leven en dood, of de regen, of de wolken, of om onafhankelijke kennis van het Ongeziene te hebben, of om de mogelijkheid te hebben om te vergeven en excuseren, of om te genezen en voorzien, en andere van zulke zaken. Gelijkwaardig hieraan is het toeschrijven van de gebrekkige eigenschappen van de mensen aan Allah. Dus het komt neer op ofwel Allah te degraderen tot de gebrekkige eigenschappen van de mensen, ofwel mensen te prijzen door hun de unieke eigenschappen van Allah toe te kennen.
    2. Om de Namen of Eigenschappen die uniek voor Allah zijn en alleen bij Hem horen aan de schepping toe te kennen, en vice versa, wat inhoudt om de namen en eigenschappen die alleen bij de schepping horen aan Allah toe te schrijven. Het is belangrijk om op te merken dat hier de hoedanigheid achter de namen en eigenschappen wordt ontkend, en niet louter de naam of eigenschap zelf. Dit omdat er vele namen en eigenschappen zijn die zowel behoren tot Allah als tot de schepping, zoals zien, horen, weten, en zoals degene die vergeeft, of degene die rechtvaardig is, of degene die aardig is enzovoorts. Er is een hoedanigheid voor deze Namen en Eigenschappen van Allah, en een andere hoedanigheid voor diezelfde namen en eigenschappen van de schepping, en er is daartussen geen gelijkenis. Daarom bevestigen de orthodoxe Moslims de Namen en Eigenschappen van Allah zoals die in het Boek en de Soennah zijn genoemd, zonder die te ontkennen; zonder hun betekenissen te vervormen; zonder er een modaliteit voor te specificeren; zonder ze te vergelijken - in hun hoedanigheid en ware natuur - met die van de schepping
    3. Om iets van de vormen van aanbidding (wat daden van het hart, uitspraken van de tong en daden van de ledematen omvat) te richten aan iemand buiten of naast Allah, zoals absolute liefde, angst, hoop, vertrouwen, of vergeving zoeken, of smeken, of ritueel slachten, of bidden en andere zaken van aanbidding en toewijding. Voorbeelden van Shirk omvatten het vertrouwen op talismans, geloven in waarzeggers (d.w.z. dat zij een onafhankelijke kennis van het Ongeziene hebben), het aanroepen van de Heiligen, iets afkloppen op hout - en vele andere zaken die zijn genoemd in het Boek en de Soennah. Dit zijn allemaal zaken die zijn gebaseerd op bijgeloof, en leugens tegen Allah.

    Dus Tawhied is aanwezig in kennis en daden, en het tegenovergestelde ervan, Shirk, is ook aanwezig in kennis en daden. En om deze reden zijn de orthodoxe Moslims altijd bijzonder bezorgd over deze zaken in alle tijden en stadia van hun levens. Dit vormt het fundament en de basis van de Islaam, en het is de arena waarin de Moslims streven zichzelf te onderwijzen, zodat zij op kennis en begrip verdergaan, en het eigenlijke doel van hun leven realiseren.

    Het is tevens van belang om te noemen dat er moslimgroeperingen zijn, in het verleden en in het heden, die afgedwaald zijn van zowel het uitgangspunt van de kennis, als dat van de daden, in de arena van Tawhied.

    Vanuit het uitgangspunt van Kennis

    Hierin bevinden zich twee extremen, waarvan de orthodoxe Moslims zich in het midden bevinden, als de balans ervan. De eerste groepering verviel in extremen in het bevestigen, en bevestigde daardoor kwaliteiten en eigenschappen aan Allah in de overtuiging dat deze in dezelfde hoedanigheid zijn als die van de mensen, en zij heten de antropomorfisten (Moeshabbihah). Zij kunnen dus de Eigenschappen alleen bevatten door ze de hoedanigheid van de menselijke eigenschappen toe te kennen. In werkelijkheid is de heer die deze groepering aanbidt niet meer dan een afgod.

    De tweede groepering verviel in extremen in ontkenning, en verwerpt alle Eigenschappen en Kwaliteiten die Allah voor zichzelf bevestigt, en hun ontkenning is op één van de volgende drie manieren:
    1. Complete ontkenning (wat bekend staat als Ta’tiel), en daardoor ontdeden ze Allah van al Zijn Eigenschappen.
    2. Ontkenning gebaseerd op aanpassen of vervorming van deze Eigenschappen naar andere dan de bedoelde betekenissen (wat bekend staat als Ta’wiel en Tahrief).
    3. Ontkennen van iedere betekenis van deze Eigenschappen en ontkenning van het hebben van enige kennis erover (wat bekend staat als Tafwiedh).


      En de heer die deze groepering aanbidt is gereduceerd tot een niet-bestaande, ongekarakteriseerde heer.

      Orthodoxe Moslims bevinden zich in het midden van deze twee extremen en omschrijven Allah met datgene waarmee Hij Zichzelf heeft omschreven, en waarmee Zijn Profeet (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) Hem heeft omschreven, en zij ontkennen voor Hem wat Hij en Zijn Boodschapper (sallallahoe ‘alayhi wa sallam) voor Hem hebben ontkend - hetgeen het logische en correcte principe is in het kennen van Allah. Daarom erkennen zij al Zijn Namen en Eigenschappen met hun betekenissen, terwijl zij enige vergelijking tussen deze en die van de schepping ontkennen, en zonder hen te verdraaien en aan te passen, en zonder te filosoferen over hun werkelijke hoedanigheden. Elk van Allah’s Namen verlangt dat wij of twee of drie zaken bevestigen, afhankelijk of de Naam overgankelijk of onovergankelijk is. Daarom vereist de Naam “al-‘Aliem” wat “de Alwetende” betekent, dat wij deze Naam waarmee Allah Zichzelf heeft omschreven voor Hem bevestigen; dat we de eigenschap waarop de Naam wijst bevestigen, d.w.z. “‘Ilm” (“Kennis”); en hoe deze Naam en de corresponderende eigenschap is gerelateerd aan de schepping - en dat is dat Allah’s kennis iedere gedachte omvat en de Kenner is van alle dingen in het verleden, het heden, en de toekomst, openbaar en verborgen. De Naam “al-‘Aliem” is een voorbeeld van een overgankelijke naam. Wat betreft de onovergankelijke namen, voor hen gelden slechts twee zaken. Dus bijvoorbeeld voor de Naam “al-Hayy” (de Eeuwig-Levende), hierbij wordt van ons vereist dat we de Naam al-Hayy voor Allah bevestigen; en dat we voor Hem de eigenschap die het omvat bevestigen, namelijk perfect, eeuwig leven. En op deze manier komen we tot gedetailleerde kennis over Allah - gebaseerd op wat Hij Zelf over Zich heeft geopenbaard - in tegenstelling tot andere religies, wegen en uitnodigingen, die zijn gebaseerd op onwetendheid en foute informatie over Allah.

      Vanuit het uitgangspunt van Daden

      Dat betreft diegenen die de verschillende vormen van aanbidding aan een ander dan Allah richten, zoals het dragen van talismans, heiligenaanbidding, smeekbeden doen bij de overledenen, voorspraak (of bemiddeling) zoeken via tussenpersonen, absolute en onvoorwaardelijke liefde, vrees, hoop, vertrouwen, of andere van de daden van het hart, tonen aan dingen buiten of naast Allah, enzovoorts. Dit behoort allemaal tot Shirk. Er zijn twee soorten Shirk, namelijk de Shirk die uit de Islaam doet treden en de Tawhied tegengaat, en de Shirk die dat niet doet. De Shirk die niet uit de Islaam doet treden of de Tawhied niet absoluut tegengaat, is wat bekend staat als “riyaa’” of zich uitsloven, het verrichten van daden omwille van een ander dan Allah.

      Bron: www.soennah.com

  7. #7
    Alhamdulilah hassan's Avatar
    Ingeschreven
    Dec 2005
    Berichten
    4.941
    Reputatie Macht
    19
    Veelgestelde vragen over Islaam en de Moslims deel 6

    Dit is een serie, gericht op het scheppen van een beter begrip van de essentiële leerstellingen die aan de Islaam ten grondslag liggen, voornamelijk voor niet-Moslims, op een korte, maar krachtige manier.

    Kun je ons wat citaten uit de Qor-aan geven om te markeren wat je zojuist hebt onthuld?

    Ja, de Qor-aan is gevuld met dit alles. En hier zullen enkele voorbeelden volgen:

    Over Tawhied (Monotheïsme)
    ( O mensheid! Aanbidt jullie Heer (Allah), Die jullie en degenen voor jullie heeft geschapen, opdat jullie zullen vrezen. * Degene die de aarde voor jullie heeft gemaakt als een rustplaats en de hemel als een gewelf, en water (regen) uit de hemel neerzendt, waarmee Hij vervolgens vruchten voortbrengt als een voorziening voor jullie. Kent daarom geen deelgenoten toe aan Allah (in aanbidding) terwijl jullie weten (dat Hij Alleen het recht heeft om aanbeden te worden). )

    [ Soerah al-Baqarah 2:21-22 ]

    ( En jullie ilaah (God) is Eén ilaah (God - Allah), laa ilaaha illa Huwa (er is niets dat het recht heeft op aanbidding behalve Hij), de Erbarmer, de Meest Barmhartige. )

    [ Soerah al-Baqarah 2:163 ]

    ( Of waren jullie getuigen toen de dood nabij Ya’qoeb (Jakob) was? Toen hij tot zijn zonen zei, “Wat zullen jullie na mij aanbidden?” Zei zieden, “Wij zullen uw ilaah (God - Allah) aanbidden, de ilaah van uw vaders Ibrahiem (Abraham), Isma’iel (Ismael), Ishaaq (Isaak), Eén ilaah, en aan Hem onderwerpen wij ons (in Islaam)” )
    [ Soerah al-Baqarah 2:133 ]
    ( En Wij stuurden niet één van de boodschapper voor jou (O Mohammed) of Wij openbaarden hem: laa ilaaha illa Ana (niets heeft het recht aanbeden te worden, behalve Ik (Allah)), dus aanbidt Mij (Alleen, zonder deelgenoten). )

    [ Soerah al-Anbiyaa’ 21:25 ]

    ( Zeg (O Mohammed): “Hij is Allah, (de) Ene. * Allahoes-Samad (de Volmaakte Meester, tot Wie de schepselen zich keren in hun behoeften, Hij eet noch drinkt). * Hij verwekt noch werd Hij verwekt. * En er is niets aan hem gelijk of vergelijkbaar met Hem.” )

    [ Soerah al-Ikhlaas 112 ]

    ( Heer van de hemelen en de aarde en al hetgeen zich ertussen bevindt, dus aanbidt Hem (Alleen) en wees constant en geduldig in het aanbidden van Hem. Ken jij iemand die aan Hem gelijk of gelijkwaardig is? (Natuurlijk is niets gelijk of gelijkwaardig aan Hem, en heeft Hij geen partner naast Hem.) [Er is niets aan Hem gelijk en Hij is de Alhorende, de Alziende] ).

    [ Soerah Meryem 19:65 ]

    ( En aan Allah behoren (alle) Schone Namen, dus roept Hem daarmee aan, en verlaat het gezelschap van zij die Zijn Namen loochenen of ontkennen (of die er disrespectvol over spreken). Zij zullen worden vergolden voor wat zij plachten te doen. )

    [ Soerah al-A’raaf 7:180 ]

    Over Shirk (deelgenoten aan Allah toekennen)

    ( Voorzeker, zij zijn ongelovigen, die zeggen: “Allah is de Messias (‘Isaa (Jezus)), zoon van Meryem (Maria).” Maar de Messias (‘Isaa, Jezus) zei: “O Kinderen van Israël! Aanbidt Allah, mijn Heer en jullie Heer.” Voorwaar, hij die deelgenoten in aanbidding aan Allah toekent, Allah heeft het Paradijs voor hem verboden, en het Vuur zal zijn eindbestemming zijn. En voor de Dhaalimoen (polytheïsten en onrechtplegers) zullen er geen helpers zijn. )

    [ Soerah al-Maai’dah 5:72 ]

    ( Voorwaar, Allah vergeeft niet dat aan Hem deelgenoten worden toegekend, maar Hij vergeeft buiten dat (al het andere) voor wie Hij wil. En wie aan Allah deelgenoten toekent, die heeft waarlijk een geweldige zonde verzonnen. )

    [ Soerah an-Nisaa’ 4:48 ]

    ( En (gedenkt) toen Loeqman tot zijn zoon zei, toen hij hem adviseerde: “O mijn zoon! Ken Allah geen deelgenoten toe. Waarlijk! Het toevoegen van anderen in aanbidding van Allah is zeker een geweldige Dhoelm (onrecht).” )
    ( En zij aanbidden naast Allah dingen die hen niet schaden en niet baten, en zij zeggen: “Dit zijn onze voorsprekers bij Allah.” Zeg: “Willen jullie Allah inlichten over wat Hij niet kent in de hemelen en op de aarde?”
    Heilig is Hij, en Verheven boven alles dat zij als deelgenoten aan Hem toekennen! )
    [ Soerah Yoenoes 10:18 ]
    ( Waarlijk, de religie (d.w.z. aanbidding en gehoorzaamheid) is voor Allah alleen. En diegenen die Awliyaa’ (beschermers en helpers) naast Hem nemen (zeggen): “Wij aanbidden hen slechts opdat zij ons dicht tot Allah brengen.” Waarlijk, Allah zal tussen hen rechtspreken over dat waarover zij oneens zijn. Voorwaar, Allah leidt degene die een leugenaar en een ongelovige is niet. )

    [ Soerah az-Zoemar 39:3 ]

    ( Zeg (O Mohammed): “Roept degenen aan die jullie naast Hem (als god, zoals engelen, Isaa’ (Jezus), ‘Oezair (Ezra), etc.) veronderstellen aan. Zij hebben noch de macht om het kwade van jullie te verwijderen, noch om het naar een ander te verplaatsen.” * Diegenen (d.w.z. de profeten en vromen) die zij (de veelgodendienaars) aanroepen, verlangen (voor henzelf) de middelen tot nabijheid bij hun Heer (Allah). Wie van hen het dichtst bij (hun Heer) zijn, en zij (‘Isaa (Jezus), ‘Oezair (Ezra), engelen etc.) hopen op Zijn Barmhartigheid en vrezen Zijn Bestraffing. Waarlijk, de Bestraffing van jouw Heer is iets om te vrezen! )

    [ Soerah al-Israa’ 17:56-57 ]

    Over sommige vormen van aanbidding (bij wijze van voorbeeld)
    Aanroeping, smeekbede:

    ( En de moskeeën behoren aan Allah (alleen) toe, roept dus niets en niemand naast Allah aan )

    [ Soerah al-Djinn 72:18 ]

    ( En wie naast Allah een andere ilaah (god) aanroept (of aanbidt) waarvoor hij geen bewijs heeft, voorwaar, zijn afrekening is bij Zijn Heer. )

    [ Soerah al-Moe’minoen 23:117 ]

    ( En jullie Heer zei: Roep Mij aan (d.w.z. geloof in Mijn Eenheid - het Islaamitisch Monotheïsme) (en vraag Mij alles), Ik zal jullie (aanroeping)
    verhoren. )

    [ Soerah al-Ghaafier 40:60 ]

    Liefde:

    ( En er zijn onder de mensen die anderen naast Allah nemen (voor aanbidding) als rivalen (van Allah). Zij houden van hen zoals zij van Allah houden. Maar degenen die geloven houden meer van Allah (dan van al het andere). Als degenen die onrecht plegen alleen konden inzien wanneer zij de bestraffing zouden zien, dat alle macht aan Allah behoort en dat Allah Streng is in de bestraffing. )

    [ Soerah al-Baqarah 2:165 ]

    Vrees:

    ( Dus vreest hen niet, maar vrees Mij, indien (ware) jullie gelovigen zijn. )
    [ Soerah aal-‘Imraan 3: 175 ]
    Hoop:

    ( Wie dus hoopt op de ontmoeting met zijn Heer, laat hem goede daden verrichten en niets als deelgenoot in de aanbidding van zijn Heer toekennen. )

    [ Soerah al-Kahf 18:110 ]

    Steunen, vertrouwen:

    ( En stelt jullie vertrouwen in Allah als jullie gelovigen zijn. )

    [ Soerah al-Maa’idah 5:23 ]

    ( En wie vertrouwt op Allah, dan zal Hij voldoende zijn voor hem. )

    [ Soerah at-Talaaq 65:3 ]
    Ontzag, verering:

    ( Waarlijk, zij die wedijveren in het verrichten van goede daden, zij riepen Ons aan met hoop en vrees, en zij waren nederig tegenover Ons. )

    [ Soerah al-Anbiyaa’ 21:90 ]

    Berouw:

    ( En keert tot jullie Heer in berouw en in gehoorzaamheid met waar Geloof (Islaamitisch Monotheïsme) en onderwerp je aan Hem (in Islaam). )

    [ Soerah az-Zoemar 39:54 ]

    Hulp en bijstand zoeken (d.w.z. in die dingen waarover alleen Allah macht heeft):

    ( U (alleen) aanbidden wij en U (alleen) vragen wij om hulp (voor alle zaken). )

    [ Soerah al-Faatihah 1:5 ]

    Toevlucht zoeken:

    ( Zeg: “Ik zoek toevlucht bij (Allah) de Heer van de mensheid.” )

    [ Soerah an-Naas 114:1 ]

    Smeken voor hulp en bijstand:

    ( (Herinner Toen jullie je Heer om hulp vroegen en Hij jullie verhoorde. )

    [ Soerah al-Anfaal 8:9 ]

    Rituele slachting:

    ( Zeg (O Mohammed): “Waarlijk, mijn salaat (gebed), mijn offer, mijn leven en mijn sterven zijn opgedragen aan Allah, de Heer van de ‘Aalamien (mensheid, djinns, en alles wat bestaat). * Hij heeft geen deelgenoot. En dit is wat mij is bevolen, en ik ben de eerste van de Moslims.” )
    [ Soerah al-An’aam 6:162-163 ]

    Nakomen van eden:

    ( Zij (zijn het, die) vervullen (hun) eden, en zij vrezen een Dag waarvan het kwaad verschrikkelijk zal zijn. )

    [ Soerah al-Insaan 76:7 ]

    En zoals al is gezegd, is dit slechts bij wijze van voorbeeld. Eenieder wordt aangemoedigd om de Qor-aan en de uitleg ervan te lezen om hier verder inzicht in te krijgen.

    Bron: www.soennah.com

Onderwerp Informatie

Gebruikers die zit Onderwerp aan het lezen zijn

Er zijn momenteel 1 gebruikers dit onderwerp aan het lezen. (0 leden en 1 gasten)

Bladwijzers

Forum Rechten

  • Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
  • Je mag geen reacties plaatsen
  • Je mag geen bijlagen toevoegen
  • Je mag jouw berichten niet wijzigen
  •