Hoe dienen we taubah te verrichten?
Wat moet iemand doen die een zonde heeft gepleegd en taubah wil doen?

Hij dient het volgende te doen, in het kort:
1. Onmiddellijk stoppen met de zonde
2. Berouw voelen voor wat is gebeurd
3. Zich voornemen niet meer in de zonde te vervallen

Wanneer de zonde gericht was tegen een ander persoon of waardoor er rechten afgenomen zijn van een persoon, komt er nog een vierde voorwaarde bij:
4. Zijn ‘slachtoffers’ schadeloos stellen of om vergeving vragen

Onmiddellijk stoppen met de zonde
Dit zijn de voorwaarden die gesteld worden aan taubah, wil er sprake zijn van oprecht berouw. Wat betreft het stoppen met de zonde hebben de geleerden gezegd dat dit moet gebeuren met de intentie dat je het voor Allah doet. En niet om een andere reden, bijvoorbeeld dat het niet meer mogelijk is de daad uit te voeren, of omdat je bang bent wat de mensen zullen zeggen, of omdat bepaald gedrag slecht is voor je gezondheid.
Degene die niet in staat is een slechte daad uit te voeren, maar wel het verlangen heeft het te doen, is zoals degene die de daad wel verricht. De Profeet (sallallahu ‘alaihi wa salam) heeft gezegd: “Er zijn slechts vier soorten mensen op deze wereld. (De eerste is) een dienaar die door Allah gezegend is met rijkdom en kennis, en hij vreest Allah betreffende deze twee. En hij gebruikt ze om de familiebanden te onderhouden en erkent de rechten die Allah erover heeft. Hij heeft de hoogste status. (De tweede is) een dienaar die Allah kennis heeft geschonken, maar geen rijkdom. Zijn intentie is oprecht en hij zegt: “Als ik rijkdommen zou bezitten, zou ik (goede daden) doen zoals die-en-die (de eerste dienaar).” Hij zal naar zijn intentie beloond worden, dus hun beloning zal gelijk zijn. (De derde is) een dienaar die Allah rijkdom heeft geschonken, maar geen kennis. Hij geeft zijn geld doelloos uit en vreest Allah niet wat betreft de familiebanden of de rechten die Allah erover heeft. Hij heeft de laagste status. (De vierde is) een dienaar die Allah rijkdom noch kennis heeft gegeven. Hij zegt: “Had ik maar rijkdommen, dan zou ik (slechte daden) doen zoals die-en-die (de derde dienaar).” Hij zal gestraft worden naar zijn intentie, dus de last van de zonde is voor hen beiden gelijk.” (Ahmed en At-Tirmidhi, sahieh).

Berouw voelen voor wat is gebeurd
Wat betreft het voelen van berouw; degene die berouw heeft moet in zijn hart voelen dat zijn daad slecht en schadelijk was. Berouw is de pijn die iemand voelt wanneer hij beseft dat deze zonde tussen hem en Zijn Heer is komen te staan, en hem dus verwijdert van Allah. Het is de pijn verwijderd te zijn van een Geliefde. Dus wil er sprake zijn van oprecht berouw, dan moet deze persoon niet stiekem nog ‘nagenieten’ van zijn zonde, of bedenken hoe het zal zijn als hij in de toekomst misschien nog een keer de zonde begaat. Hij moet in plaats daarvan denken aan de negatieve gevolgen van zonden:
- Verharden van het hart
- Moeilijkheden in allerlei zaken
- Geen verlangen meer om Allah te gehoorzamen
- Geen zegeningen
- Het ontberen van Allah´s hulp
- Een ongelukkig gevoel
- Gewenning aan de zonde
- Vernedering voor Allah
- Smeekbeden die niet beantwoord worden
- Verlies van zelfrespect
- Ten prooi vallen aan Sjeitaan
- Straf en dergelijke

Zich voornemen niet meer in de zonde te vervallen
Wat betreft het voornemen om de zonde niet meer te begaan; hierbij hoort, dat je plaatsen en personen, die je kunnen laten terugvallen in slechte daden, vermijdt. Dat zagen we ook in het verhaal van de man die honderd mensen doodde. Hem werd geadviseerd naar een ander land te gaan waar vrome mensen woonden, dus hij moest zijn vrienden en zijn oude omgeving verlaten. Het is heel belangrijk om met de juiste mensen om te gaan, die de Islaam praktiseren en je helpen op het Rechte Pad te blijven. Hoe vaak gebeurt het niet dat onze zogenaamde ‘goede vrienden’ ons weer proberen terug te halen naar onze oude levensstijl, terwijl wij het voornemen hadden ons leven te beteren en bepaalde zonden achterwege te laten? Deze mensen zullen je willen laten herinneren hoeveel plezier je beleefde aan wat je nu als een zonde beschouwt.
Het is dus belangrijk om afstand te nemen van mensen die je het verkeerde willen laten doen, en goede vrienden op te zoeken. Wanneer iemand zich echt voorneemt een slechte daad niet meer te doen, en Allah´s hulp hierbij zoekt, dan zal Allah hem insha’Allah hierbij helpen. In de tijd van de Profeet (sallallahu ‘alaihi wa salam) was er een man, Marthad, die moslimkrijgsgevangenen van Mekka naar Medina smokkelde. In Mekka was een prostitueé, ‘Anaaq genoemd, met wie hij vroeger bevriend was geweest. Marthad had beloofd om een gevangene van Mekka naar Medina te brengen. Hij vertelde: “Op een avond terwijl de maan scheen, kwam ik bij één van de tuinen van Mekka. ‘Anaaq kwam en zag mijn schaduw bij de tuin. Toen ze bij me kwam herkende ze me en zei: “Marthad?” Ik zei: “Marthad.” Ze zei: “Welkom! Kom en blijf bij ons vannacht.” Ik zei: “O ´Anaaq, Allah heeft zinaa (overspel) verboden.” Ze riep: “O mensen in het kamp! Deze man neemt jullie gevangenen mee!” Acht mannen kwamen achter me aan, en ik beklom een berg en verstopte me in een grot. Ze kwamen en stonden vlak bij me, maar Allah maakte hen blind en ze zagen me niet, dus keerden ze terug.” Marthad ging terug naar zijn metgezel, de bevrijde gevangene en uiteindelijk bereikten ze samen Medina. Dus deze man, die zich had voorgenomen de zonde van overspel niet meer te begaan nadat hij moslim was geworden, kwam daardoor voor problemen te staan toen hij door acht mannen achtervolgd werd. Maar Allah hielp hem door hem te verbergen voor de ogen van de mannen. Wat betreft de laatste voorwaarde, het schadeloosstellen van de slachtoffers: als er ander mensen de dupe zijn geworden van je zonde, moet je dit herstellen. Heb je van iemand gestolen, dat moet je hem hetzelfde bedrag terugbetalen. Je hoeft daarbij niet te bekennen dat jij het was die gestolen had, je kunt het bijvoorbeeld anoniem geven. De Islaam vraagt niet van ons, zoals het christendom, om onze zonden aan anderen te bekennen. Eén van de eigenschappen van Allah is As-Sittier, Degene Die de zonden bedekt. En wanneer Allah ervoor zorgt dat jouw zonden niet openbaar worden, dus bijvoorbeeld dat je niet betrapt wordt, dan moet je ze ook zelf niet openbaar maken, als daar geen reden voor is
.