De gedragscode (Al-Akhlaaq) van de profeet (vrede zij met hem)


Het gedrag van de profeet (vrede zij met hem) was een weerspiegeling van datgene wat vermeld staat in de Koran. In Sahih Moeslim zegt Aicha (Allah zij tevreden met haar) dan ook: ,,Zijn gedragscode (vrede zij met hem) was de Koran.”

Hij legde ontzettend veel nadruk op het gedrag, zo zegt hij (vrede zij met hem): ,,De beste onder jullie zijn degene met het beste gedrag.” (Boecharie en Moeslim)

Ook zegt de profeet (vrede zij met hem): ,,Een gelovige kan met zijn goed gedrag het niveau bereiken van een vastende die (ook) het nachtgebed verricht.” (Aboe Dawoed)

Tevens zegt hij: ,,Degene die mij het allerdierbaarst is en het dichtst bij mij zal zijn op de Dag der Opstanding is degene met het beste gedrag.” (Thirmidhie)

Verder zegt hij: ,,De meest geliefde dienaar bij Allah is degene met het beste gedrag.”
(Haakim en sahih verklaard door Al-Albaanie)

Toen er een keer tegen de profeet (vrede zij met hem) werd gezegd: ,,O Boodschapper van Allah, verwens de ongelovigen!” antwoordde hij: ,,Voorwaar, ik ben niet als vervloeker gezonden, maar als genade.” (Moeslim)

Verder zegt Aicha (Allah zij tevreden met haar): ,,Nooit heeft de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) iets met zijn hand geslagen, vrouw noch bediende.” (Moeslim)

Anas Ibnoe Maalik, die de profeet (vrede zij met hem) tien jaar heeft gediend zegt dat hij een keer door de profeet (vrede zij met hem) werd gestuurd om iets te doen, maar onderweg kwam hij een aantal spelende kinderen tegen en bleef met hen spelen, waarna hij vergat dat hij iets voor de profeet (vrede zij met hem) moest doen. Ineens zag hij de profeet (vrede zij met hem) die glimlachend achter hem stond en tegen hem zei: “O Oenais[2], ben je geweest waar ik jou naartoe heb gestuurd?’’ Anas zei: ,,Ik ga nu, O boodschapper van Allah.”

Er wordt verder van Anas verhaald dat hij zei: ,,Ik heb de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) negen jaar gediend. Ik weet niet van hem dat hij ooit tegen mij heeft gezegd: 'Waarom heb je dit en dat gedaan?”, noch heeft hij ooit enige daad van mij misprezen." (Moeslim)

In een andere overlevering zegt Anas (Allah zij tevreden met hem): ,,… nooit heeft hij 'oef' [3] tegen mij gezegd[4], noch 'waarom heb je gedaan?', noch 'je had moeten doen'.(Boecharie en Moeslim)

Vergevensgezindheid
Aboe Hoerairah (Allah zij tevreden met hem) overlevert: ,,Een man ging Aboe Bakr uitschelden, terwijl de profeet (vrede zij met hem) verbaasd en glimlachend zat (toe te kijken). Toen het hem te veel werd zei Aboe Bakr iets terug. De profeet (vrede zij met hem) werd boos en stond op, waarna Aboe Bakr hem volgde en zei: ,,O Boodschapper van Allah! Hij schold mij uit waar je bij zat, en toen ik iets terugzei, werd jij boos en stond je op?!

De Boodschapper zei: ,,Al die tijd was er een engel met jou die hem antwoordde, en toen jij (ook) reageerde, kwam de Shaitaan opdagen. O Aboe Bakr! Drie zaken behoren tot de waarheid:

1. Ieder dienaar die bepaalde onrecht wordt aangedaan en het omwille van Allah (de Verhevene) vergeeft, Allah zal hem doen zegevieren (de overwinning doen behalen).

2. En telkens als een man het initiatief neemt om liefdadigheid uit te geven strevende hiermee de banden (met anderen) aan te sterken, of Allah zal daardoor zijn bezit doen toenemen.

3. En telkens als een man het initiatief neemt om liefdadigheid (aan anderen) te vragen om zich daarmee te verrijken, of Allah zal daardoor zijn bezit doen afnemen.

(Verhaald door Ahmed en hassan verklaard door al-Albaanie in Mishkaat nr. 5102)

Wat ook de grote vergevingsgezindheid van de profeet (vrede zij met hem) bewijst, is dat hij na het veroveren en bemachtigen van Mekkah en ondanks alles wat hem was aangedaan door de inwoners van Mekkah, goede wil toonde en hen vergaf zonder enig verwijt achteraf.

Bescheidenheid

Aicha (Allah zij tevreden met haar) werd eens gevraagd wat de profeet (vrede zij met hem) deed als hij thuis was, toen zei ze: ,,Hij stelde zich in dienst van zijn vrouwen (en familie), en als het tijd was voor het gebed, verrichtte hij de kleine wassing (al-Woedoe’) en ging de deur uit naar het gebed.” (Boecharie en Moeslim)

Anas Ibn Malik (Allah zij tevreden met hem) zei: ,,(Zelfs) een slavin (kon) de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) bij zijn arm beetnemen en vertrekken met hem waar zij wilde (als zij hulp zocht).[5] (Boecharie)

Anas Ibn Malik (Allah zij tevreden met hem) zei: ,,Niemand was hen dierbaarder dan de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem), en als zij hem zagen (aankomen) stonden zij (toch) niet voor hem op, omdat ze wisten dat hij dit verafschuwde. (Ahmed en Thirmidhie)

Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) zegt: ,,Overdrijft niet in het lofprijzen van mij zoals de christenen overdreven in het lofprijzen van 3isa (Jezus). Ik ben slechts een dienaar. Zeg dus: ,,De dienaar van Allah en Zijn boodschapper.” (Boecharie)

Als de profeet (vrede zij met hem) op reis was, liep hij altijd achteraan, dan begeleidde hij de zwakkeren, gaf hen lift bij hem achterop en verrichtte smeekbedes voor hen. (Aboe Dawoed)

De profeet (vrede zij met hem) ging altijd naar de zwakkeren onder de moslims, bracht bezoek aan hen, bezocht hun zieken en woonde hun begrafenissen bij.

Hij weigerde nooit parfum aan te nemen (als het hem werd geschonken) .

Thomaamah Bnoe Abdellaah verhaalt: ,,dat Anas (Allah zij tevreden met hem) nooit weigerde parfum aan te nemen en (dat) hij beweerde dat de profeet (vrede zij met hem) nooit weigerde parfum aan te nemen." (Boecharie)

De profeet (vrede zij met hem) speelde ook vaak met kleine kinderen.

Hij speelde met Zaineb Bintoe Oemmi Salamah en zei herhaaldelijk tegen haar: ,,O Zoewaynib! O Zoewaynib![6]”

Anas (Allah zij tevreden met hem) verhaalt dat Boodschapper van Allah (vrede zij met hem), langs kleine kinderen liep die aan het spelen waren en begroette hen met de vredesgroet(salaam) (Moelsim)

Aicha (Allah zij tevreden met haar) zegt: ,,De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) repareerde zelf zijn kapotte schoeisel, verstelde zijn verscheurde kleding en deed zijn huishouden zoals een van jullie zijn huishouden doet…"

(Verhaald door Thirmidhie en sahih verklaard door Al—Albaanie)

Hoogmoed is een eigenschap die ten stelligste verworpen wordt door de Islam. De profeet (vrede zij met hem) zegt: ,,Hij die ter grootte van een stofdeeltje aan hoogmoed in zijn hart bezit, zal het Paradijs niet binnengaan. Toen zei een man: ,,Waarlijk, iemand van ons vind het fijn wanneer zijn kleding mooi is en zijn schoeisel mooi is. Hij zei: ,,Voorwaar, Allah is mooi en houdt van schoonheid; hoogmoed is het loochenen van de waarheid en kleineren van mensen.”[7] (Moeslim)

Imam an-Nawawi zegt in de uitleg van deze overlevering: ,,Hij zal niet allereerst samen met de godsvruchtigen het paradijs binnengaan; Allah zal eerst over hem oordelen, waarna hij gestraft of vergeven zal worden.”
Voorzeker, zij, die de tekenen van God verwerpen, zullen een strenge straf ontvangen; God is machtig, de Heer der Vergelding