Pagina 2 van de 4 EersteEerste 1234 LaatsteLaatste
Resultaten 11 tot 20 van de 39

Onderwerp: Stukjes uit Tafsir van Ibn Kathir.

  1. #11
    Ultra Risala Member
    Ingeschreven
    Dec 2005
    Leeftijd
    29
    Berichten
    1.764
    Reputatie Macht
    15
    De Tafsir van Surah 'Abasa (80) Aayah 1-12.
    Vertaald door 'Abdul-Aziz Ezhar.

    Bismi Allahi alrrahmani alrraheemi

    1. AAabasa watawalla
    2. An jaahu al-aAAma
    3. Wama yudreeka laAAallahu yazzakka
    4. Aw yaththakkaru fatanfaAAahu alththikra
    5. Amma mani istaghna
    6. Faanta lahu tasadda
    7. Wama AAalayka alla yazzakka
    8. Waamma man jaaka yasAAa
    9. Wahuwa yakhsha
    10. Faanta AAanhu talahha


    In naam van Allah, de Barmhartige, de Genadevolle.

    1. Hij (de profeet) fronste (zijn voorhoofd) en wendde zich af.
    2. Omdat er een blinde man tot hem kwam.
    3. (Mens) wat weet gij? Misschien wilde hij zich laten louteren.
    4. Of hij kon om raad komen, en die raad zou hem van nut kunnen zijn.
    5. Maar aan hem, die onverschillig is
    6. Schenkt gij uw aandacht,
    7. Hoewel gij er niet voor aansprakelijk zijt als hij zich niet loutert.
    8. Maar hij die zich tot u haast,
    9. En Allah vreest,
    10. Voor hem zijt gij onverschillig.


    De Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) werd berispt omdat hij fronste naar een zwakke man. Meer dan één van de geleerden van Tafsir vermelden dat op een dag de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zich richtte op de grote leiders van de Quraysh en hoopte dat ze de Islam zouden accepteren. Terwijl hij met hen in gesprek was, kwam Ibn Umm Maktum (radya Allahu 'anhu) naar hem toe, en hij was één van degenen die Islam in het begin al geaccepteerd had. Ibn Umm Maktum begon de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) wat te vragen, dringend en smekend. De Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) hoopte dat de man (één van de grote leiders van de Quraysh) de Islam zou accepteren, dus vroeg hij Ibn Umm Maktum om even te wachten zodat hij zijn gesprek kon afmaken. De Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) fronste in het gezicht van Ibn Umm Maktum en draaide zich weg van hem om de andere man de aandacht te geven. Toen openbaarde Allah (Subhana wa Ta'ala),

    "Hij (de profeet) fronste (zijn voorhoofd) en wendde zich af. Omdat er een blinde man tot hem kwam. (Mens) wat weet gij? Misschien wilde hij zich laten louteren (reinigen)." (80:1-3.) betekent, misschien wilde hij zijn ziel reinigen - verschonen. "Of hij kon om raad komen, en die raad zou hem van nut kunnen zijn." (80:4.) betekent, hij zou raad kunnen ontvangen en dan zich onthouden van het verbodene. "Maar aan hem, die onverschillig is schenkt gij uw aandacht," (80:5-6.) betekent, je geeft aandacht aan de rijke persoon zodat hij misschien kan worden geleid. "Hoewel gij er niet voor aansprakelijk zijt als hij zich niet loutert." (80:7.) betekent, je bent niet verantwoordelijk voor hem als hij zich niet wil louteren. "Maar hij die zich tot u haast, En Allah vreest," (80:8-9.) betekent, Hij zoekt jou en hij komt naar jou zodat hij leiding krijgt door hetgeen je tegen hem zegt. "Voor hem zijt gij onverschillig." (80:10.) betekent, Je bent te druk.

    Hier beveelt Allah (Subhana wa Ta'ala) Zijn Boodschapper om niemand uit te sluiten tijdens het waarschuwen. In plaats daarvan moet hij iedereen gelijkmatig waarschuwen, de nobele en de zwakken, de arme en de rijke, de meester en de slaaf, de mannen en de vrouwen, de jongeren en de ouderen. Dan zal Allah (Subhana wa Ta'ala) leiden wie Hij wil op een pad dat recht is. Hij heeft diepgaande wijsheid en beslissend bewijs. Abu Ya'la en Ibn Jarir (radya Allahu 'anhum) hebben beiden overgeleverd van 'Aisha (radya Allahu 'anha) dat ze zei over, "Hij (de profeet) fronste (zijn voorhoofd) en wendde zich af." (80:1.) was geopenbaard. At-Tirmirdhi noteerde deze h'adith maar hij vermeldde niet dat het overgeleverd werd door 'Aisha (radya Allahu 'anha). Ik zeg dat het zoals dit ook is overgeleverd in Al-Muwatta'.

  2. #12
    Ultra Risala Member
    Ingeschreven
    Dec 2005
    Leeftijd
    29
    Berichten
    1.764
    Reputatie Macht
    15
    De Tafsir van Surah Al-Israa (17) Aayah 13-14.
    Vertaald door 'Abdul-Aziz Ezhar.

    Wakoella insanin alzamnahoe ta-irahoe fee AAunoeqihi wanoekhriju lahoe yawma alqiyamati kietaban yalqahoe manshooran. Iqra/ kietabaka kafa binafsika alyawma AAalayka hasieban.
    En de werken van ieder mens hebben Wij om zijn hals gehangen; en op de Dag der Verrijzenis zullen Wij voor hem een boek brengen en hij zal het opengeslagen zien. "Lees het boek. Uw eigen ziel is op deze dag als rekenaar tegen uzelf voldoende."
    (17:13/14.)

    Elke persoon zal een boek van zijn eigen daden bij zich hebben.

    En de (Ta'irah) werken van ieder mens hebben Wij om zijn hals gehangen. (17:13.)

    Het woordje Ta'irah (letterlijk betekent het, iets dat vliegt) verwijst ernaar dat de daden van de mens van hem afvliegen, zoals Ibn 'Abbas, Mujahid en anderen (radya Allahu 'anhum) hebben gezegd. Het omvat zowel de goede daden en de slechte daden, men zal worden gedwongen om hen te erkennen en zal worden beloond of worden gestraft dienovereenkomstig.

    Wie ter grootte van een atoom goed deed, zal dit aanschouwen. En wie ter grootte van een atoom kwaad deed, zal ook dat aanschouwen. (99:7-8.) Allah (Subhana wa Ta'ala) zegt, "(herinner) Wanneer de twee (engelen, Kiramien Katiebien) die het boek (van elke persoon) stellen, schrijven, zit de een aan de rechter-, de andere aan de linkerzijde. Hij/zij uit geen woord of er is een bewaker bij hem, die altijd klaar staat (om het te noteren)." (50:17-18.) "Maar voorzeker er zijn bewakers over u. Eerwaarde schrijvers (Kiramien Katiebien) die de daden opschrijven, Die weten wat gij doet." (82:10-12.) "U is slechts vergolden voor hetgeen gij placht te doen." (52:16.)

    "Wie kwaad doet zal er voor worden gestraft." (4:123.) betekent dat de daden van de mens worden bewaard, of het nou klein of groot is, en de daden worden opgeschreven dag en nacht.

    "En op de Dag der Verrijzenis zullen Wij voor hem een boek brengen en hij zal het opengeslagen zien." (17:13.) betekent, Wij zullen zijn daden verzamelen in een boek dat gegeven wordt op de Dag des Oordeels, in zijn rechterhand, als degene gezegend is, of in zijn linkerhand voor degene die verloren is.

    "Opengeslagen" (17:13.) betekent, het zal zichtbaar zijn voor hem en voor anderen om al zijn daden te lezen, (de daden die zijn begaan) van het begin van zijn leven tot het einde van zijn leven (in de dunya).

    "De mens zal op die Dag worden onderricht over hetgeen hij vooruitzond of achterliet (daden). Neen, de mens is een bewijs tegen zichzelf. Zelfs al biedt hij (zijn) verontschuldigingen aan." (75:13-15.)

    Allah (Subhana wa Ta'ala) zegt, "(er zal gezegd worden tegen degene) "Lees het boek. Uw eigen ziel is op deze dag als rekenaar tegen uzelf voldoende." (17:14.) betekent, je wordt niet onrechtmatig behandeld en niets wordt geschreven tegen jou behalve hetgeen je gedaan hebt, omdat je alles herinnert wat je hebt gedaan, en niemand vergeet iets wat hij heeft begaan. Iedereen zal zijn boek kunnen lezen, ook al is degene ongeletterd (analfabeet).

    "En de (Ta'irah) werken van ieder mens hebben Wij om zijn hals gehangen." (17:13.) De hals wordt genoemd omdat het een lichaamsdeel is dat geen tegenhanger heeft, en wanneer degene daar mee beheerst wordt, kan hij niet ontsnappen.

    Ma'mar overleverde van Qatadah, zijn daden, "en op de Dag der Verrijzenis zullen Wij voor hem een boek brengen" de daden zullen naar voren worden gebracht.

    "Een boek brengen en hij zal het opengeslagen zien." Ma'mar zei, "Al-Hasan reciteerde, "zit de een aan de rechter-, de andere aan de linkerzijde." (50:17.) en Al-Hasan zei, "O mens jouw boek is voor jou geopend, en de twee eerwaardige engelen zijn toevertrouwd om jou te vergezellen, eentje op de rechterzijde en eentje op de linkerzijde. De engel op jouw rechterzijde schrijft de goede daden op, en de engel op jouw linkerzijde schrijft de slechte daden op. Dus wat je ook doet, ook al is het klein, zodra je dood bent, zal het boek dicht gevouwen worden en aan jouw hals worden vastgebonden in het graf. Dan wanneer je daaruit komt op de Dag des Oordeels, zal je zien dat je Boek opengeslagen (wijd open) is, lees jouw boek." Bij Allah, degene die jou verantwoordelijk maakt voor jouw eigen daden is rechtvaardig." Dit zijn één van de beste woorden die Al-Hasan ooit heeft gezegd, moge Allah hem genadig zijn.

  3. #13
    Ultra Risala Member
    Ingeschreven
    Dec 2005
    Leeftijd
    29
    Berichten
    1.764
    Reputatie Macht
    15
    De Tafsir van Surah At-Tin (95) Aayah 1-3.
    Vertaald door 'Abdul-Aziz Ezhar.

    1. Bij de vijg en de olijf,
    2. Bij de berg Sinaï,
    3. En bij deze stad van Vrede (Mekka),

    1. Waaltteeni waalzzaytooni
    2. Watoori seeneena
    3. Wahatha albaladi al-ameeni


    --Waaltteeni--
    Al-'Awfi overleverde van Ibn 'Abbas (radya Allahu 'anhu) dat de betekenis van At-Tin de Moskee van Nuh ('alayhi salam) was dat gebouwd was op berg Al-Judi. Mujahid zei, "Het is de vijg die jij hebt."

    --waalzzaytooni--
    Ka'b Al-Ahbar, Qatadah, Ibn Zayd (radya Allahu 'anhum) en anderen hebben gezegd, "Het is de Moskee van Jeruzalem (Bayt Al-Maqdis)." Mujahid en 'Ikrimah (radya Allahu 'anhum) zeiden, "Het is de olijf die je perst (om olijfolie te verkrijgen)."

    --Watoori seeneena--
    (de berg Sinaï) Ka'b Al-Ahbar en vele anderen hebben gezegd, "Het is de berg waar Allah sprak tot Musa ('alayhi salam)."

    --Wahatha albaladi al-ameeni--
    (bij deze stad van veiligheid) betekent Mekka. Dit werd gezegd door Ibn 'Abbas, Mujahid, 'Ikrimah, Al-Hasan, Ibrahim An-Nakha'i, Ibn Zayd en Ka'b Al-Ahbar (radya Allahu 'anhum). Hierover zijn geen verschillende meningen.

    Sommige van de Imams hebben gezegd dat dit drie verschillende plekken zijn, en dat Allah een Boodschapper zond naar elk van die plaatsen van de Leidende Boodschappers, die met de Grote Reglementen van de Wet kwamen. De eerste plek is die van de vijg en de olijf, genaamd Jeruzalem, waar de boodschapper 'Isa ibnoe Maryam ('alayhi salam) gezonden werd door Allah. De tweede plek is de berg Sinaï, de berg waar Allah sprak tot Musa ibnoe 'Imran ('alayhi salam). De derde plek is Mekka, en dat is de stad van veiligheid waar degene die binnentreed veilig is. Het is ook de stad van de Boodschapper Moh'ammed (salla Allahu 'alayhi wa salam).

    Zij hebben gezegd dat deze drie plekken worden genoemd op het einde van de Tawrah. Deze verzen zijn, "Allah is gekomen van de berg Sinaï - betekent de plek waar Allah sprak met Musa ibnoe 'Imran; en scheen van Sa'ir - betekent de berg van Jeruzalem waar 'Isa ibnoe Maryam naartoe gezonden werd als boodschapper; en verscheen bij de bergen van Faran - betekent de bergen van Mekka, de plek van de Boodschapper Moh'ammed (salla Allahu 'alayhi wa salam)." Dus Allah (Subhana wa Ta'ala) vermelde deze in volgorde om duidelijk te maken, baserend op de volgorde van bestaan in tijd. Dit is waarom Allah zweerde bij een gezegende plek, daarna bij een nog gezegendere plek en dan als laatst bij een plek die het meeste gezegend is.

  4. #14
    Ultra Risala Member
    Ingeschreven
    Dec 2005
    Leeftijd
    29
    Berichten
    1.764
    Reputatie Macht
    15
    De Tafsir van Surah Al-Hasjr (59) Aayah 21.
    Vertaald door 'Abdel-Aziz Ezhar.

    Law anzalna hatha alqur-ana AAala jabalin laraaytahoe khashiAAan mutasaddiAAan min khashyati Allahi watilka al-amthaloe nadriboeha lilnnasi laAAallahoem yatafakkaroona.
    Indien Wij deze Koran op een berg hadden doen neerkomen, dan had gij de berg zich zien vernederen en splijten uit vrees voor Allah. Deze gelijkenissen zetten Wij aan de mensen voor opdat zij er over nadenken. (59:21.)

    Allah (Subhana wa Ta'ala) benadrukt de grootsheid van de Qur'an, zijn hoge status en het waardig zijn om harten nederig te maken en te laten splijten wanneer men de verzen hoort, door de ware beloften en zekere waarschuwingen die het bevat.

    Indien Wij deze Koran op een berg hadden doen neerkomen, dan had gij de berg zich zien vernederen en splijten uit vrees voor Allah. (59:21.) Als dit de zaak is met een berg welke hard en groot is, dat als de berg de mogelijk had om erover te reflecteren en de berg begrijpt deze Qur'an, de berg zal zich dan nederig opstellen en splijten uit vrees voor Allah (Subhana wa Ta'ala), wat dan te zeggen over ons. -- O mensheid, waarom voelen jullie harten niet zacht aan en nederig uit vrees voor Allah, zelfs al begrijpen jullie Allah's bevel en begrijpen jullie zijn boek. Dit is waarom Allah (Subhana wa Ta'ala) zegt, "Deze gelijkenissen zetten Wij aan de mensen voor opdat zij er over nadenken." (59:21.)

    Er is een h'adith van de Mutawatir klasse die bevestigd dat de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) iemand een Minbar liet maken voor hem. Maar daarvoor stond de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) naast een boomstam in de Moskee om preken te geven. Dus toen de Minbar gemaakt werd en geplaatst werd in de Moskee, kwam de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) een preek geven en hij liep langs de boomstam, lopend richting de Minbar. De boomstam begon te huilen zoals een baby. De boomstam had heimwee en miste de preken, de herinnering van Allah en de openbaringen die dichtbij hem werden gereciteerd. In één van de overleveringen van deze h'adith zei Al-Hasan Al-Basri (moge Allah hem genadig zijn) na het vertellen van deze h'adith, "Jullie mensheid zijn meer waardig om de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayuhi wa salaam) te missen dan de boomstam!" Hetzelfde geldt voor deze Aayah die de bergen vernederd doen voelen en doen splijten uit vrees voor Allah, als de bergen Allah's openbaring zouden horen en begrijpen, wat dan te zeggen over jullie, O mensheid, die de Qur'an hoort en begrijpt.

    Allah (Subhana wa Ta'ala) zegt in een andere Aayah, "En als er een Koran was, waarmede de bergen konden worden verzet, de aarde kon worden gespleten, of de doden tot spreken konden worden gebracht." (13:31.) Allah (Subhana wa Ta'ala) zegt in een andere Aayah: "Want er zijn stenen, waaruit stromen ontspringen en er zijn er zeker, die splijten en er vloeit water uit. En sommige zijn er die uit vrees voor Allah neervallen." (2:74.)

  5. #15
    Ultra Risala Member
    Ingeschreven
    Dec 2005
    Leeftijd
    29
    Berichten
    1.764
    Reputatie Macht
    15
    De Tafsir van Surah Al-An'aam (6) Aayah 94.
    Vertaald door 'Abdul-Aziz Ezhar.

    Wataraktoem ma khawwalnakoem.
    En gij hebt, hetgeen Wij u schonken achter u gelaten.
    (6:94.)

    De rijkdom en het geld dat jij hebt verzameld in dit leven van deze wereld, heb jij allemaal achter je gelaten. Het is overgeleverd in de Sahih dat de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zei, "De zoon van Adam zegt, "Mijn geld, mijn geld!" maar, welk gedeelte van jouw geld bezit je behalve hetgeen waarvan je eet, wat je draagt en wat je weg geeft in liefdadigheid dus hetgeen wat dan overblijft (behalve in het schrift van goede daden), zul je achterlaten en achterlaten voor de mensen."

    Al-Hasan Al-Basri (moge Allah hem genadig zijn) zei, "Op de Dag des Oordeels, zal de zoon van Adam (de mens) naar voren worden gebracht. Alsof hij een gouden kar is en Allah (Subhana wa Ta'ala) zal vragen, "Waar is hetgeen je hebt verzameld". Deze persoon zal antwoorden, "O Rab (Heer)! Ik heb het verzameld en heb het zo intact gehouden als ooit." Allah zal dan tegen diegene zeggen, "O zoon van Adam (mens)! Waar is hetgeen je vooruit hebt gestuurd voor jezelf (dus rechtvaardige, goede daden)", en diegene zal dan beseffen dat hij niets vooruit heeft gestuurd voor zichzelf."

    Al-Hasan Al-Basri (moge Allah hem genadig zijn) reciteerde toen de Aayah (vers): "Nu zijt gij één voor één tot Ons gekomen zoals Wij u eerst schiepen en gij hebt, hetgeen Wij u schonken achter u gelaten." (6:94.) Ibn Abi Hatim (moge Allah hem genadig zijn) registreerde deze verklaring.

  6. #16
    Ultra Risala Member
    Ingeschreven
    Dec 2005
    Leeftijd
    29
    Berichten
    1.764
    Reputatie Macht
    15
    De Tafsir van Surah Al-Baqara (2) Aayah 222.
    Vertaald door 'Abdul-Aziz Ezhar.

    Wayas-aloonaka AAani almaheedi qoel hoewa athan faiAAtaziloo alnnisaa fee almaheedi wala taqraboohoenna hatta yathoerna fa-itha tatahharna fa/toohoenna min haythoe amarakoemoe Allahoe inna Allaha yuhibboe alttawwabeena wayoehibboe almoetatahhireena.
    En zij vragen u omtrent de menstruatie. Zeg (hun): "Het is iets schadelijks, blijft dus gedurende de menstruatie van de vrouwen weg en gaat niet tot haar in, voordat zij hersteld zijn. Maar wanneer zij zich hebben gereinigd, gaat tot haar in, zoals Allah het u heeft bevolen. Allah bemint hen, die zich tot Hem wenden en zich rein houden.
    (2:222.)

    Seksuele gemeenschap met menstruerende vrouwen is verboden.

    Imam Ahmad (moge Allah hem genadig zijn) registreerde dat Anas (radya Allahu 'anhu) zei dat de Joden meestal hun menstruerende vrouwen vermeden, ze gingen dan niet met hen samen eten, en kwamen (in huis) zelfs niet in de buurt van hen. De metgezellen van de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) stelden de vraag over dit onderwerp en Allah (Subhana wa Ta'ala) openbaarde:

    En zij vragen u omtrent de menstruatie. Zeg (hun): "Het is iets schadelijks, blijft dus gedurende de menstruatie van de vrouwen weg en gaat niet tot haar in, voordat zij (gezuiverd) hersteld zijn. (2:222.)

    De Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zei, "Doe alles wat je wilt, behalve seksuele gemeenschap." Toen de Joden werden ingelicht over de Profeet zijn verklaring, zeiden zij, "Wat is er aan de hand met deze man die geen gehoor geeft aan onze gebruiken en zichmoedig opstelt (zich trotseert)." Toen kwamen Usayd bin Hudayr en 'Abbad bin Bishr bij de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) en zeiden, "O Boodschapper van Allah! De Joden zeggen dit en dat, moeten we seksuele gemeenschap hebben met onze vrouwen (tijdens hun menstruatie periode)?" Het gezicht van de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) veranderde van kleur, totdat de metgezellen dachten dat hij boos op hen was. Zij gingen weg, en kort daarna, werd er melk gebracht naar de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) als geschenk, en hij stuurde wat melk naar hen (de metgezellen) om te drinken. Toen wisten ze dat de Boodschapper van Allah niet boos op hen was. Muslim registreerde deze h'adith ook.

    Allah (Subhana wa Ta'ala) zei: "Blijft dus gedurende de menstruatie van de vrouwen weg" - wat betekent, vermijd het seksuele orgaan. De Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zei, "Doe alles wat je wilt, behalve seksuele gemeenschap." Dit is waarom de meerderheid van de geleerden zeggen dat het is toegestaan om met je vrouw te knuffelen (aan te raken), behalve seksuele gemeenschap (gedurende de menstruatie). Abu Dawud registreerde dat 'Ikrimah overleverde dat één van de vrouwen van de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) heeft gezegd dat wanneer de Profeet (één van zijn vrouwen) wilde knuffelen tijdens haar menstruatie, dan bedekte hij het geslachtsdeel met iets.

    Abu Ja'far bin Jarir (radya Allahu 'anhu) overleverde dat Masruq (radya Allahu 'anhu) naar Aisha (radya Allahu 'anha) toe ging en hij haar groette, en Aisha groette hem terug. Masruq zei, "Ik wil je iets vragen over een bepaald onderwerp, maar ik ben verlegen." Ze antwoordde, "Ik ben jouw moeder en jij bent mijn zoon." Hij zei, "Van wat kan de man genieten (van zijn vrouw) wanneer ze in haar menstruatie periode zit?" Zij antwoordde, "Alles behalve haar geslachtsdeel." Dit is ook de opinie van Ibn 'Abbas, Mujahid, Al-Hasan en 'Ikrimah (radya Allahu 'anhum).

    Het is voor ieder toegestaan om naast zijn vrouw te slapen en om samen met haar te eten (wanneer ze in haar menstruatie periode zit). Aisha (radya Allahu 'anha) zei, "De Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) vroeg me meestal om zijn haren te wassen, terwijl ik menstrueerde. Hij lag wel eens op mijn schoot, Qur'an reciterend, terwijl ik in mijn periode was." Het is ook overgeleverd in de Sahih dat Aisha (radya Allahu 'anha) zei, "Terwijl ik in mijn menstruatie periode was, at ik van een stukje vlees en gaf dan wat aan de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) en die at dan van dezelfde plek waar ik had gegeten. Ik nam meestal wat slokjes te drinken en ik gaf dan de beker aan de Profeet en hij zette zijn mond op de plek waar ik (mijn mond had geplaatst) gedronken had."

    Het is ook overgeleverd in de twee Sahihs (Bukhari & Muslim) dat Maymunah bint Al-Harith Al-Hilaliyah (radya Allahu 'anha) zei, "Wanneer de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) wilde knuffelen met één van zijn vrouwen tijdens hun (menstruatie) periode, dan vroeg hij haar om een izar (een kledingstuk die het middelste gedeelte van het lichaam bedekt) te dragen." Deze bewoording is verzameld door Bukhari. Hetzelfde werd geregistreerd van Aisha (radya Allahu 'anha).

    Als toevoeging, Imam Ahmad, Abu Dawud, At-Tirmidhi en Ibn Majah overleverden dat Abdullah bin Sa'd Al-Ansari (radya Allahu 'anhu) de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) vroeg, "Wat is voor mij toegestaan van mijn vrouw wanneer ze in haar menstruatie periode zit?" De Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zei, "Hetgeen wat boven de Izar is." Daarom Allah (Subhana wa Ta'ala) Zijn verklaring:

    "En gaat niet tot haar in, voordat zij (gezuiverd) hersteld zijn." (2:222.)
    "Blijft dus gedurende de menstruatie van de vrouwen weg." (2:222.)

    Allah (Subhana wa Ta'ala) heeft seksuele gemeenschap verboden tijdens de menstruatie periode, dat geeft aan dat seksuele gemeenschap toegestaan is wanneer de vrouw niet in haar menstruatie periode zit. Allah (Subhana wa Ta'ala) Zijn Verklaring: "Maar wanneer zij zich hebben gereinigd, gaat tot haar in, zoals Allah het u heeft bevolen." (2:222.) Dit geeft aan dat de mannen seksuele gemeenschap mogen hebben met hun vrouwen nadat ze een bad hebben genomen. De geleerden zijn het erover eens dat de vrouw verplicht een bad moet nemen. Of om Tayammum te verrichten met zand, (als het niet mogelijk is om water te gebruiken), voordat haar is toegestaan om seksuele gemeenschap te hebben met haar man, nadat de maandelijkse periode eindigt.

    Ibn 'Abbas (radya Allahu 'anhu) zei, "Voordat zij (gezuiverd) hersteld zijn" betekent, gereinigd van bloed, en, "Wanneer zij zich hebben gereinigd" betekent, gereinigd met water." Dit is ook de Tafsir van Mujahid, 'Ikrimah, Al-Hasan, Muqatil bin Hayyan en Al-Layth bin Sa'd en anderen (radya Allahu 'anhum).

  7. #17
    Ultra Risala Member
    Ingeschreven
    Dec 2005
    Leeftijd
    29
    Berichten
    1.764
    Reputatie Macht
    15
    De Tafsir van Surah Al-Baqara (2) Aayah 223.
    Vertaald door 'Abdul-Aziz Ezhar.

    Nisaokoem harthoen lakoem fa/too harthakoem anna shi/toem waqaddimoo li-anfoesikum waittaqoo Allaha waiAAlamoo annakoem mulaqoohoe wabashshiri almoe/mineena.
    Uw vrouwen zijn een akker voor u - komt daarom tot uw akker, zoals het u behaagt en doet goed voor uzelf en vreest Allah en weet, dat gij Hem zult ontmoeten en geef goede tijdingen aan de gelovigen.
    (2:223.

    Anale seksuele gemeenschap is verboden.

    Allah (Subhana wa Ta'ala) zegt: "Gaat tot haar in, zoals Allah het u heeft bevolen." (2:222.) Dit verwijst naar de Al-Farj (de vagina), zoals Ibn 'Abbas, Mujahid (radya Allahu 'anhum) en andere geleerden hebben bevestigd. Daarom, anale seksuele gemeenschap is verboden, dit zullen we verder benadrukkend uitleggen insja-Allah. Abu Razin, 'Ikrimah, Ad-Dahhak (radya Allahu 'anhum) en anderen zeiden dat "gaat tot haar in, zoals Allah het u heeft bevolen" (2:222.) betekent wanneer ze zuiver zijn, en niet tijdens de menstruatie. Allah (Subhana wa Ta'ala)zegt daarna: "Allah bemint hen, die zich tot Hem wenden." (2:222.) van de zonden zelfs al zou het een herhaling zijn, "en zich rein houden" (2:222) betekent, degene die zichzelf reinigen van onzuiverheden en vuiligheid, dat omvat ook het hebben van seksuele gemeenschap met de vrouw tijdens haar menstruatieperiode en anale seksuele gemeenschap.

    De reden achter de openbaring van Allah (Subhana wa Ta'ala) Zijn verklaring: "Uw vrouwen zijn een akker voor u - komt daarom tot uw akker, zoals het u behaagt en doet goed voor uzelf en vreest Allah en weet, dat gij Hem zult ontmoeten en geef goede tijdingen aan de gelovigen." (2:223.)

    Allah (Subhana wa Ta'ala) zegt: "Uw vrouwen zijn een akker voor u" (2:223.). Ibn 'Abbas (radya Allahu 'anhu) zei, "Dit betekent de plek van de zwangerschap." Allah (Subhana wa Ta'ala) zegt dan: "Komt daarom tot uw akker, zoals het u behaagt" (2:223.) betekent, van waar je ook wenst van de voorkant of achterkant, zolang de seksuele daad plaats neemt in één ingang (de vrouwelijke geslachtsdeel), zoals in de authentieke ah'adith wordt aangeduid.

    Bijvoorbeeld, Bukhari registreerde dat Ibn Al-Munkadir zei dat hij heeft gehoord dat Jabir zei dat de Joden beweerden dat als iemand seksuele gemeenschap had met zijn vrouw vanuit de achterkant (in de vagina) dat de nakomelingen scheel zouden zijn. Toen werd dit vers (Aayah) geopenbaard: "Uw vrouwen zijn een akker voor u - komt daarom tot uw akker, zoals het u behaagt." (2:223.) Muslim en Abu Dawud hebben deze h'adith ook geregistreerd.

    Ibn Abu Hatim zei dat Muhammad bin Al-Munkadir overleverde dat Jabir bin 'Abdullah hem vertelde dat de Joden beweerden tegen de moslims dat als iemand seksuele gemeenschap heeft met zijn vrouw vanuit de achterkant (in de vagina) dan zouden de nakomelingen scheel zijn. Allah (Subhana wa Ta'ala) openbaarde daarna: "Uw vrouwen zijn een akker voor u - komt daarom tot uw akker, zoals het u behaagt." (2:223.)

    Ibn Jurayj (één van de overleveraars van de h'adith) zei dat de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zei, "Vanuit de voorkant of achterkant, zolang het maar gebeurt in de Farj (vagina)." Imam Ahmad overleverde dat Ibn 'Abbas (radya Allahu 'anhu) zei, de Ayaah - "Uw vrouwen zijn een akker voor u" - werd geopenbaard over sommige mensen van de Ansar die kwamen bij de Profeet en vroegen aan hem (over de seksuele gemeenschap met de vrouw vanuit de achterkant). Hij zei tegen hen: "Heb seksueel gemeenschap met haar zoals je wilt zolang het maar gebeurt in de vagina."

    Imam Ahmad registreerde dat Abdullah bin Sabit zei, "Ik ging naar Hafsah bint 'Abdur-Rahman bin Abu Bakr en zei, "Ik wil je iets vragen over een bepaald onderwerp, maar ik ben verlegen." Ze zei, "Wees niet verlegen, O neef van mij." Hij zei, "Het gaat over het hebben van seksuele gemeenschap van achteren met de vrouw." Ze zei, "Umm Salamah vertelde me dat de Ansar het niet deden (de seksuele daad) vanuit de achterkant (in de vagina). De Joden beweerden dat degene die seksuele gemeenschap heeft met zijn vrouw vanuit de achterkant die krijgt nakomelingen die scheel zijn. Toen de Muhajirun naar Madinah kwamen, trouwden zij met Ansar vrouwen en hadden seksuele gemeenschap met hun vanuit de achterkant. Ãa€°ÃƒÂ©n van deze vrouwen wilde haar man niet gehoorzamen en zei, "Jij zult dit niet doen totdat ik naar de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) ga (en over deze zaak ga vragen)." Ze ging naar Umm Salamah en vertelde haar het verhaal. Umm Salamah zei, "Wacht totdat de Boodschapper van Allah komt." Toen de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) eraan kwam, was de Ansari vrouw te verlegen om hem te vragen over deze zaak, dus ging ze weg. Umm Salamah vertelde aan de Boodschapper van Allah het verhaal en hij zei: "Roep de Ansari vrouw terug." Ze werd geroepen en toen reciteerde hij deze Ayah voor haar: "Uw vrouwen zijn een akker voor u - komt daarom tot uw akker, zoals het u behaagt." (2:223.) en hij voegde daar aan toe, "Alleen in één ingang (de vagina)." Deze h'adith was ook verzameld door At-Tirmidhi en die zei, "Hasan".

    An-Nasa'i overleverde dat Ka'b bin 'Alqamah zei dat Abu An-Nadr zei dat hij Nafi' vroeg, "De mensen zijn de verklaring aan het herhalen dat jij hebt gehoord van Ibn 'Umar dat hij heeft toegestaan om seksuele gemeenschap te hebben met de vrouw in de achterkant (anus)." Hij zei, "Ze hebben een leugen verteld over mij. Maar laat mij je duidelijk vertellen wat echt is gebeurt. Ibn 'Umar was eens een keer de Qur'an aan het reciteren en ik was met hem en hij bereikte de Aayah: "Uw vrouwen zijn een akker voor u - komt daarom tot uw akker, zoals het u behaagt" (2:223.). Hij zei toen, "O Nafi'! Ken jij dit verhaal achter deze Aayah?" Ik zei, "Nee." Hij zei, "Wij, de mensen van Quraysh, hadden meestal seksuele gemeenschap met onze vrouwen vanuit de achterkant (in de vagina). Toen we migreerden naar Madinah en gingen trouwen met Ansari vrouwen, wilde we hetzelfde doen met hen. Maar zij hielden er niet van en maakte daar een grote kwestie van. De Ansari vrouwen volgden het gebruik van de Joden, die hadden seksuele gemeenschap met hun vrouwen terwijl ze op hun zij lagen. Toen openbaarde Allah: "Uw vrouwen zijn een akker voor u - komt daarom tot uw akker, zoals het u behaag." (2:223.) Dit heeft een authentieke ketting van overleveraars.

    Imam Ahmad overleverde dat Khuzaymah bin Thabit Al-Khatami overleverde dat de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zei: "Allah doet niet verlegen over de waarheid - (en hij zei dit drie keer), heb geen anale seks met vrouwen." Deze h'adith was verzameld door An-Nasa'i en Ibn Majah.

    Abu 'Isa At-Tirmidhi en An-Nasa'i overleverde dat Ibn 'Abbas overleverde dat de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zei: "Allah kijkt niet naar een man die anale seks heeft met een andere man of vrouw." At-Tirmidhi zei, "Hasan Gharib." Dit is ook een overlevering van Ibn Hibban verzameld in zijn Sahih, terwijl Ibn Hazm verklaarde dat dit een authentieke h'adith is. Bovendien overleverde Imam Ahmad dat 'Ali bin Talaq zei, "De Boodschapper verbood anale seks met vrouwen, en Allah schrikt niet weg van de waarheid." Abu 'Isa At-Tirmidhi hebben deze h'adith ook geregistreerd en zeiden, "Hasan".

    Abu Muhammad 'Abdullah bin 'Abdur-Rahman Darimi overleverde in zijn Musnad dat Sa'id bin Yasar Abu Hubab vertelde, "Ik zei tegen Ibn 'Umar, "Wat zeg jij over het hebben van seksuele gemeenschap met vrouwen in de achterkant." Hij zei, "Wat betekent dat?" Ik zei, "Anale seks." Hij zei, "Doet een moslim dat?" Deze h'adith is een authentieke ketting van overleveraars en is een expliciete duidelijke verwerping van anale seks door Ibn 'Umar.

    Abu Bakr bin Ziyad Naysaburi overleverde dat Isma'il bin Ruh zei dat hij Malik bin Anas vroeg, "Wat zeg jij over seksuele gemeenschap met een vrouw in de anus?" Hij zei, "Jij bent geen Arabier, seksuele gemeenschap vindt plaats op de plek van de zwangerschap, doe het alleen in de Farj (vagina)." Ik zei, "O Abu 'Abdullah! Zij zeggen dat jij deze manier toegestaan hebt." Hij zei, "Ze hebben een leugen over mij verteld, ze liegen over mij." Dit is het duidelijke standpunt over dit onderwerp van Malik. Het is ook het standpunt van Sa'id bin Musayyib, Abu Salamah, 'Ikrimah, Tawus, 'Ata , Sa'id bin Jubayr, 'Urwah bin Az-Zubayr, Mujahid bin Jabr, Al-Hasan en andere geleerden van de Salaf (de metgezellen en de twee opvolgende generaties). Zij allen, samen met de meerderheid van de geleerden, veroordelen deze manier (anale seks) streng en vele van hen noemen dit een gebruik van Kufr.

    Allah (Subhana wa Ta'ala) zegt: "en doet goed voor uzelf". (2:223.) betekent, door het verrichten van daden van aanbidding terwijl je wegblijft (zich onthouden) van hetgeen Allah verboden heeft voor jou. Dit is waarom Allah daarna zegt: "en vreest Allah en weet, dat gij Hem zult ontmoeten (in het hiernamaals)" (2:223.) betekent, hij zal je verantwoordelijk stellen voor al jouw daden. "En geef goede tijdingen aan de gelovigen (O Mohammed)." (2:223.) betekent, degene die Allah gehoorzaamt in Zijn bevelen en zich onthoudt van wat Hij heeft
    verboden.

    Ibn Jarir overleverde dat 'Ata' zei, of overleverde dat Ibn 'Abbas (radya Allahu 'anhu) zei dat, "en doet goed voor uzelf" (2:223.) betekent, noem Allah Zijn naam door het zeggen van, "Bismillah", voor het hebben van seksuele gemeenschap." Bukhari heeft ook geregistreerd dat Ibn 'Abbas overleverde dat de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zei, "Als ieder van jullie, tijdens de seksuele gemeenschap met zijn vrouw "Bismillah, Allahumma jannibni-Sh-Shaitan wa jannib-ish-Shaitan ma razaqtana" zegt, en als het dan voorbeschikt is dat jullie een kind krijgen, dan zal Satan het nooit kunnen schaden."

  8. #18
    Ultra Risala Member
    Ingeschreven
    Dec 2005
    Leeftijd
    29
    Berichten
    1.764
    Reputatie Macht
    15
    De Tafsir van Surah An-Nisa'e (4) Aayah 69-70.
    Vertaald door 'Abdul-Aziz Ezhar.

    Waman yoetiAAi Allaha waalrrasoola faola-ika maAAa allatheena anAAama Allahoe AAalayhim mina alnnabiyyeena waalssiddeeqeena waalshshoehada-i waalssaliheena wahasoena ola-ika rafeeqan. Thalika alfadloe mina Allahi wakafa biAllahi AAaleeman.
    En wie aldus Allah en deze boodschapper gehoorzaamt, zal zijn onder degenen wie Allah Zijn zegeningen heeft geschonken, namelijk, de profeten, de waarachtigen, de getuigen (martelaars) en de goeden en dezen zijn uitstekende metgezellen. Dit is de genade van Allah en Allah is toereikend als de Alwetende.
    (4:70.)

    De reden achter de openbaring van deze honorabele Aayah.

    Ibn Jarir registreerde dat Sa'id bin Jubayr (radya Allahu 'anhu) zei, "Een Ansari man kwam bij de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) en hij was verdrietig. De Profeet zei tegen hem, "Waarom kijk je zo droevig?" Hij zei, "O Boodschapper van Allah! Ik was aan het nadenken over iets." De Profeet zei, "Waarover?" De Ansari zei, "We komen dag en nacht bij u, kijken naar uw gezicht en zitten bij u. Morgen (eens), zal jij geheven worden bij de profeten, en dan zullen we jou niet meer zien." De Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zei niets, maar later kwam Jibril naar beneden met deze Aayah, "En wie aldus Allah en deze boodschapper gehoorzaamt, zal zijn onder degenen wie Allah Zijn zegeningen heeft geschonken, namelijk, de profeten." (4:69.) En de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) verzond het goede nieuws naar de Ansari man." Deze h'adith was overgeleverd in Mursal vorm van Masruq, Ikrimah, 'Amir Ash-Sha'bi, Qatadah en Ar-Rabi' bin Anas. Dit is de versie met de beste ketting van overleveraars.

    Abu Bakr bin Marduwyah registreerde het met een andere ketting van Aisha (radya Allahu 'anha) die zei, "Een man kwam naar de Profeet en zei tegen hem, "O Boodschapper van Allah! Jij bent meer geliefd dan mezelf, mijn familie en kinderen. Soms wanneer ik thuis ben, denk ik aan jou, en kan ik niet wachten totdat ik bij je ben en naar je kan kijken. Als ik nadenk over mijn dood en jouw dood, dan weet ik dat jij onder de profeten zult zijn wanneer je het paradijs binnentreed. Ik ben bang dat ik jou niet ga zien wanneer ik het paradijs betreed." De Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) beantwoordde hem niet totdat de Aayah, "En wie aldus Allah en deze boodschapper gehoorzaamt, zal zijn onder degenen wie Allah Zijn zegeningen heeft geschonken, namelijk, de profeten, de waarachtigen, de getuigen (martelaars) en de goeden en dezen zijn uitstekende metgezellen" (4:69.), werd geopenbaard aan hem." Dit was verzameld door Al-Hafiz Abu 'Abdullah Al-Maqdisi in zijn boek, Sifat Al-Jannah, hij zei daarop, "Ik zie geen problemen met deze ketting (van overleveraars)." En Allah (Subhana wa Ta'ala) weet het het beste.

    Muslim registreerde dat Rabi'ah bin Ka'b Al-Aslami zei, "Ik sliep meestal in het huis van de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) en bracht hem water voor de wassing en dergelijke. Hij vroeg me eens, "Vraag wat aan mij." Ik zei, "O Boodschapper van Allah! Ik vraag dat ik jouw metgezel ben in het paradijs." Hij zei, "Is dat het enige wat je vraagt?" Ik zei, "Ja, alleen dat." Hij zei, "Help mij (om deze wens te vervullen) en verricht veel neerknielingen (sujuud)."

    Imam Ahmad registreerde dat 'Amr bin Murrah Al-Juhani zei, "Een man kwam bij de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) en zei, "O Boodschapper van Allah! Ik getuig dat er niemand waard is om aanbeden te worden dan Allah en dat jij Zijn boodschapper bent, ik verricht de vijf dagelijkse gebeden, geef de zakah van mijn welvaart en vast de gehele maand Ramadan." De Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zei, "Degene die sterft in deze staat zal zijn bij de profeten, de salihien en de shuhada op de Dag des Oordeels, zo lang hij (en de Profeet deed zijn vinger omhoog) niet ongehoorzaam is naar zijn ouders." Alleen Ahmad registreerde deze h'adith.

    Geweldiger nieuws dan dit is in de authentieke h'adith collectie in de sahih en musnad verzamelingen, in Mutawatir vorm, overgeleverd door vele metgezellen dat de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) werd gevraagd over een persoon die van mensen houd, maar zijn status is niet dichtbij die van hen, de Boodschapper van Allah zei, "Degene zal zijn bij van wie hij houdt." Anas zei, "De moslims waren enorm blij met deze h'adith." In een andere overlevering zei Anas, "Ik houd van de boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam), Abu Bakr en 'Umar, en ik hoop dat Allah me laat herrijzen (op de Dag des Oordeels) samen met hen, ook al heb ik niet zulke daden verricht als zij."

    Allah (Subhana wa Ta'ala) zei, "Dit is de genade van Allah" (4:70.), betekent, van Allah door Zijn genade, want het is Allah die dit mogelijk maakt, en niet de goede daden. "En Allah is toereikend als de Alwetende." (4:70.), Hij weet wie leiding en succes verdiend.

  9. #19
    Ultra Risala Member
    Ingeschreven
    Dec 2005
    Leeftijd
    29
    Berichten
    1.764
    Reputatie Macht
    15
    De Tafsir van Surah Yunus (10) Aayah 90-92.
    Vertaald door 'Abdul-Aziz Ezhar.

    Wajawazna bibanee isra-eela albahra faatbaAAahoem firAAawnoe wajoenoodoehoe baghyan waAAadwan hatta itha adrakahoe algharaqoe qala amantoe annahoe la ilaha illa allathee amanat bihi banoo isra-eela waana mina almoeslimeena. Al-ana waqad AAasayta qabloe wakoenta mina almoefsideena. Faalyawma noenajjeeka bibadanika litakoona liman khalfaka ayatan wa-inna katheeran mina alnnasi AAan ayatina laghafiloona.
    En Wij brachten de kinderen Israël over de zee; Farao en zijn scharen vervolgden hen op een onrechtvaardige en aanvallende wijze, totdat hij toen hij bijna verdronk, zeide: "Ik geloof dat er geen God is dan Hij, in Wie de kinderen Israël geloven en ik behoor tot de Moslims." Nu? Terwijl gij voordien ongehoorzaam waart en tot de onruststokers behoorde? Heden zullen Wij uw lichaam redden, opdat gij een teken moogt zijn voor degenen die na u komen. En waarlijk, het merendeel der mensen is achteloos ten opzichte van Onze tekenen.
    (10:90/92.)

    De kinderen van Israël waren gered en de farao en zijn mensen verdronken.

    Allah (Subhana wa Ta'ala) vertelt ons hoe Hij veroorzaakte dat de farao en zijn soldaten verdronken. De kinderen van Israël verlieten Egypte in gezelschap van Musa ('alayhi salaam). Er werd gezegd dat er zeshonderd duizend soldaten waren, plus nakomelingen. Ze leende een hoop (benodigdheden) versieringen van de Koptischen en namen dat met hen mee. De farao werd heel boos op hen. Dus zond hij boodschappers naar alle steden zodat ze hun soldaten zouden sturen. Farao was op weg, en volgde hen, gevuld met enorme trots en met een groot leger. Allah (Subhana wa Ta'ala) wilde dat dit ging gebeuren want Hij had een plan voor hen. Niemand had enige autoriteit of macht achtergelaten in de farao zijn koninkrijk. Ze waren allemaal bij elkaar en bereikte de kinderen van Israël bij zonsopgang.

    "En toen de twee scharen elkander zagen, zeiden de metgezellen van Mozes: "Wij worden zeker ingehaald." (26:61.) Dit zeiden ze omdat toen ze bij de zee kwamen, was de farao achter hen. De twee groepen ontmoetten elkaar. De mensen die bij Musa ('alayhi salaam) waren, vroegen steeds, "Hoe kunnen we gered worden vandaag?" Musa ('alayhi salaam) antwoordde, "Ik heb het bevel gekregen om deze weg te nemen." Musa ('alayhi salaam) zei: "In geen geval!" zeide hij. "Mijn Heer is met mij. Hij zal mij leiden." (26:62.) Het was zo moeilijk, maar opeens was het gemakkelijk. Allah gaf het bevel om de oceaan te slaan met zijn staf. Musa ('alayhi salaam) deed dit en de zee splitste uit elkaar, elke deel stond als een hoge berg. De zee splitste in twaalf wegen, elke route voor elke Israëlische stam. Allah (Subhana wa Ta'ala) gaf de wind het bevel en de weg was droog voor hen.

    "En baan voor hen een droge weg door de zee. Gij behoeft niet te vrezen, dat gij zult worden ingehaald (door de farao), noch zult gij angstig zijn (om te verdrinken)." (20:77.) Het water tussen de wegen verscheen als ramen en elke stam kon de andere stam zien zodat ze wisten dat iedereen het zou overleven. De kinderen van Israël doorkruiste de zee. En toen de laatste van hen de zee doorkruiste, was de farao en zijn legers gearriveerd bij de kust van de zee. Ze waren met honderdduizend zwarte paarden, laat staan de ruiters op paarden die
    een ander kleur hadden.

    Toen de farao de zee zag was hij bang. Hij wilde terug gaan, maar dat was te laat. Allah Zijn besluit prevaleerde en het smeekgebed van Musa ('alayhi salaam) werd beantwoord. Jibril kwam op een gevechtspaard. Hij kwam langs de farao zijn paard. Jibril zijn paard maakte geluid naar de paard van Farao en toen ging Jibril die de zee in, en de farao deed hetzelfde. De farao had geen controle meer over het paard. Hij wilde zich sterk en machtig opstellen voor zijn onderdanen, dus zei hij, "De kinderen van Israël hebben niet meer rechten in de zee dan wij," dus ging hij de zee in. MikaÃÂ*l was achter het leger en duwde ze om allemaal samen te gaan. Toen ze allemaal in de zee waren en de eerste van hen bijna aan de andere kant van de zee eruit kwam, liet Allah (Subhana wa Ta'ala) de machtige de zee op hen vallen. De zee overspoelde hen heen en niemand werd gered. De golven brachten hen omhoog en omlaag. De golven verzamelden zich boven de farao en hij was overweldigd door de tekenen van de dood, en in deze staat, zei hij, "Ik geloof dat er geen God is dan Hij, in Wie de kinderen Israël geloven en ik behoor tot de Moslims." (10:90.) Hij geloofde op een tijdstip waarop hij geen voordeel kon halen uit zijn geloof.

    "En toen zij Onze straf zagen zeiden zij: "Wij geloven in Allah als de Enige en wij verwerpen alles wat wij vroeger met Hem plachten te vereenzelvigen." Maar nadat zij Onze straf hadden gezien kon hun geloof hun niet meer baten. Dit is Allah's wet die haar loop neemt ten opzichte van Zijn dienaren en zo gingen de ongelovigen verloren." (40:84/85.) Daarom zei Allah (Subhana wa Ta'ala), als een reactie op de farao, "Nu (geloof jij)? Terwijl gij voordien ongehoorzaam waart en tot de onruststokers behoorde?" (10:91.) Je zegt het alleen nu terwijl je Allah daarvoor ongehoorzaam bent geweest. "En tot de onruststokers behoorde?" (10:91.) Jij was één van de onruststokers op aarde en misleidde de mensen.

    "En Wij gaven hun leiders die tot het Vuur uitnodigen; en op de Dag der Opstanding zullen zij niet worden geholpen." (28:41.) Deze feiten over de farao en zijn status op die tijdstip waren de geheimen van het onzichtbare dat Allah (Subhana wa Ta'ala) openbaarde aan zijn boodschapper Mohammed (salla Allahu 'alayhi wa salaam). Hetzelfde registreerde Abu Dawud At-Tayalisi dat Ibn 'Abbas (radya Allahu 'anhu) zei dat de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zei, "Jibril zei tegen mij, Als je me kon zien terwijl ik zwarte modder van de zee vastpakte en het in de mond van de farao plaatste uit angst dat de genade hem zou bereiken." Abu 'Isa At-Tirmidhi en Ibn Jarir registreerde dit. At-Tirmidhi zei, "Hasan Gharib Sahih.''

    Over Allah Zijn bevestiging: "Heden zullen Wij uw (dode) lichaam redden (uit de zee), opdat gij een teken moogt zijn voor degenen die na u komen." (10:92.) Ibn 'Abbas (radya Allahu 'anhu) en anderen van de Salaf hebben gezegd, "Sommige van de kinderen van Israël twijfelden over de dood van de farao dus Allah gaf bevel aan de zee om zijn lichaam te gooien geheel met zijn wapenuitrusting. Het lichaam werd gegooid naar een hoge plek zodat de kinderen van Israel zijn dood en vernietiging konden bevestigen." Dit is waarom Allah zegt, "Heden zullen Wij uw (dode) lichaam redden (uit de zee)", betekent dat Wij zullen je lichaam leggen op een hoge plek op aarde. Mujahid zei, "uw (dode) lichaam" betekent, zijn fysieke lichaam. "Opdat gij een teken moogt zijn voor degenen die na u komen." (10:92.) betekent, zodat je een bewijs bent van de dood en vernietiging voor de kinderen van Israël. Dat stond ook als bewijs dat Allah machtig is en controle heeft over al Zijn schepsels. Niets kan zijn woede tegenhouden.

    De farao en zijn mensen waren vernietigd op de dag van 'Ashura', zoals het is geregistreerd door Bukhari. Ibn 'Abbas (radya Allahu 'anhu) zei, "Toen de profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) in Medina arriveerde, waren de joden aan het vasten op de dag van 'Ashura'. Dus vroeg hij, "Waarom vasten jullie op deze dag?" Zij antwoordden, "Dit is de dag dat Musa ('alayhi salaam) triomfantelijk won van de farao." Dus zei de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) (tegen de moslims), "Jullie hebben meer recht op Musa ('alayhi salaam) dan zij, dus vast op deze dag."

  10. #20
    Ultra Risala Member
    Ingeschreven
    Dec 2005
    Leeftijd
    29
    Berichten
    1.764
    Reputatie Macht
    15
    De Tafsir van Surah Al-Ahzaab (33) Aayah 69.
    Vertaald door 'Abdul-Aziz Ezhar.

    Ya ayyoeha allatheena amanoo la takoenoo kaallatheena athaw moesa fabarraahoe Allahoe mimma qaloo wakana AAinda Allahi wajeehan.
    O, gij die gelooft! Weest niet zoals degenen die Mozes ergerden! Allah echter zuiverde hem van hetgeen zij zeiden. En hij was in aanzien bij Allah.
    (33:69.)

    De leugens die zij verzonnen over Musa ('alayhi salaam).

    Al-Bukhari registreerde in het boek van h'adith over de profeten, dat Abu Hurayrah (radya Allahu 'anhu) zei dat de Boodschapper van Allah (salla Allahu 'alayhi wa salaam) zei, "(De Profeet) Musa ('alayhi salaam) was een verlegen persoon en bedekte zijn lichaam van top tot teen door zijn verlegenheid. Eén van de kinderen van Israël deed hem pijn door het zeggen van, "Hij bedekt zijn lichaam op deze manier omdat hij een mankement heeft aan zijn huid, het is lepra of scrotal hernia, of hij heeft een ander mankement." Allah wenste hetgeen te verhelderen wat ze zeiden over Musa, dus op een dag dat Musa ('alayhi salaam) afgezonderd was en hij zijn kleren uit deed en zijn kleren op een steen legde, en begon te baden. En toen hij klaar was met baden, liep hij naar zijn kleren om zich weer aan te kleden maar toen hij naar de kleren wilde grijpen, vluchtte de steen met zijn kleren. Musa pakte een stok en ging achter de steen aan rennen en zei, "O steen geef me mijn kleding!" Totdat hij de groep Bani Israël bereikte en die zagen hem naakt, en zagen een perfect lichaam wat Allah had geschapen, en Allah verhelderde datgene waar zij hem van beschuldigden. De steen stopte en Moesa pakte zijn kleding en trok zijn kleren aan en begon de steen te slaan met zijn stok. Bij Allah, de steen heeft nog steeds sporen van de stokslagen, drie, vier of vijf littekens. Dit was wat Allah bedoelt met dit vers: "O, gij die gelooft! weest niet zoals degenen die Mozes ergerden! Allah echter zuiverde hem van hetgeen zij zeiden. En hij was in aanzien bij Allah." (33:69.)."

    Deze h'adith is één van diegene die werd geregistreerd door Al-Bukhari maar niet door Muslim. Imam Ahmad registreerde dat 'Abdullah (bin Mas'ud) zei, "Op een dag deelde de Boodschapper van Allah wat buit uit en een man van de Ansaar zei, "Deze verdeling is niet gedaan in Allah's naam." Ik zei, "O vijand van Allah! Ik ga dit vertellen aan de Boodschapper van Allah wat je hebt gezegd, dus vertelde ik de Profeet (salla Allahu 'alayhi wa salaam) over dit, en zijn gezicht werd rood (van woede) en hij zei, "Moge Allah genade hebben met Musa. Hij werd erger dan dit beproefd, maar bleef geduldig." Dit werd geregistreerd in de twee sahihs.

    En hij was in aanzien bij Allah. (33:69.) betekent, hij (Musa) had een aanzien van status en eer bij zijn Heer. Al-Hasan Al-Basri zei, "Zijn smeekgebeden zouden worden verhoord door Allah." Sommige van hun zeiden dat een groot deel van zijn staan voor Allah was dat hij bemiddelde voor zijn broer Harun ('alayhi salaam), vragend aan Allah om hem te zenden zoals zichzelf als een boodschapper, en Allah gaf gehoor aan zijn verzoek en zei, "En Wij schonken hem, door Onze barmhartigheid zijn broeder Aäron (Harun) (ook) als profeet en helper." (19:53.)

Onderwerp Informatie

Gebruikers die zit Onderwerp aan het lezen zijn

Er zijn momenteel 1 gebruikers dit onderwerp aan het lezen. (0 leden en 1 gasten)

Gelijkaardige Onderwerpen

  1. Hoe groot is de Kursi van Allah? - Tafsir Ibn Kathir
    Door »¤ƒãïtµ¤« in forum Hadith
    Reacties: 3
    Laatste Bericht: 26-08-09, 11:37
  2. Reacties: 0
    Laatste Bericht: 23-02-09, 02:53
  3. Tafsir Ibn Kathir Surah As-Saffat Ayah 51t/m57
    Door iwiss_n_tmezirt in forum De Koran
    Reacties: 0
    Laatste Bericht: 19-02-08, 20:20
  4. Tafsir Ibn Kathir Surah Luqman Ayah 12...
    Door iwiss_n_tmezirt in forum De Koran
    Reacties: 0
    Laatste Bericht: 14-09-07, 01:17
  5. Tafsir van Ibn Kathir
    Door hassan in forum Islam Downloads
    Reacties: 7
    Laatste Bericht: 09-06-06, 23:19

Bladwijzers

Forum Rechten

  • Je mag geen nieuwe onderwerpen plaatsen
  • Je mag geen reacties plaatsen
  • Je mag geen bijlagen toevoegen
  • Je mag jouw berichten niet wijzigen
  •